• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.

  • Categorieën

  • De opgeblazen papieren Wietoorlog (samenvatting)

    Al twee decennia lang suggereert de opgeblazen retoriek van politie en justitie dat grootschalige hennepteelt csv’s (criminele samenwerkingsverbanden) en wietkwekerijen keihard worden aangepakt. De testosteron taal van de overheid roept al jaren “hennepteelt: niet onschuldig” of “bij de strijd tegen de hennepteelt de komende jaren veel nadrukkelijker werk wordt gemaakt van het oprollen van de achterliggende criminele organisaties.”

    De wietindustrie wordt als “bedreigend voor de samenleving” gezien en belandt in het Nationaals Dreigingsbeeld en allerlei ondermijningsnota’s en waarschuwingen, “ondermijnende criminaliteit bijvoorbeeld kan leiden tot onveiligere woonwijken door brandgevaarlijke drugslabs en hennepkwekerijen.”

    Wie de overheidsliteratuur leest krijgt de indruk dat er een ware wietoorlog aan de gang is. Ook de cijfers van de ontmantelde hennepkwekerijen, aangepakte grootschalige wietbendes en verdachten suggereren een alerte Staat die Nederland beschermt tegen het dreigende monster van de cannabis. Het blijkt echter allemaal gebakken lucht.

    Het onderzoek ‘Integraal Appel, Nepwetenschap van Tilburg University’ van Buro Jansen & Janssen uit 2021 is gefocust op een onderzoek van Tilburg University naar de wietindustrie in Tilburg. Bij dat onderzoek is al de indruk ontstaan dat overheid en wetenschap een weinig realistisch beeld schetsen van zowel de wietwereld zelf, maar zeker van de repressie door politie en justitie. Cijfers van de opgerolde hennepkwekerijen blijken duidelijk uitvergroot en ditzelfde geldt voor de aangepakte georganiseerde criminaliteit.

    Voor het onderzoek ‘De opgeblazen papieren Wietoorlog’ van Buro Jansen & Janssen is gekeken naar decennia prijsontwikkeling van de Nederwiet, ontruimingen van hennepkwekerijen en aangepakte grootschalige hennepteelt CSV’s (Criminele SamenwerkingsVerband). De uitkomsten zijn ontluisterend. Gebrek aan transparantie van het repressie apparaat belemmert een scherp zicht op het werkelijke handelen van de overheid, maar de beperkte gegevens laten al duidelijk zien dat het optreden net als de retoriek rond de wietoorlog en ondermijning erg wordt opgeblazen.

    Volgens de overheid en wetenschap is de prijs van Nederwiet in tien jaar (2005 tot 2015) verdubbeld, wat de effectiviteit van het beleid zou bevestigen. Over drie decennia (1991 tot 2022) laat Nederwiet echter een prijsstijging zien die in de middenmoot van consumentengoederen zit. Minder dan aardappelen en eieren iets meer dan roomboter, koffie en thee. De prijs van Nederwiet prijs volgt duidelijk de kaascurve, de prijsontwikkeling van 1 kilogram belegen Goudse kaas.

    Het aantal opgerolde hennepkwekerijen wordt ook al jaren systematisch overdreven door ook plantages met nul, een onbekend, een niet vermeld aantal, niet bestaande kwekerijen en plantages met een zeer klein aantal planten mee te tellen. Ook wordt heel vaak dezelfde plantage in dezelfde stad, ontruimd door dezelfde politie-eenheid met hetzelfde aantal planten dubbel geteld. De hennepkwekerijen administratie is ontluisterend. Daarnaast zijn per jaar diverse cijfers over het aantal geruimde plantages in omloop waardoor het onmogelijk is om vast te stellen hoeveel er nu werkelijk zijn ontmanteld. De Nationale Ombudsman bevestigde in 2014 al dat de hennepmonitor van de politie niet betrouwbaar is.

    Met een gelijkblijvende (zelfs ligt stijgende) afzetmarkt voor Nederwiet waarvan de prijs andere consumentenprijzen volgt en een keiharde aanpak van coffeeshops door onder andere het Damocles beleid (stringente regelgeving in het kader van artikel 13b Opiumwet) waardoor het aantal shops in twintig jaar is gehalveerd heeft de overheid de wietindustrie in de handen van een kleine groep ondernemers gedreven. Die, volgens de overheid, georganiseerde criminaliteit zou keihard worden aangepakt. ‘Prestatiecontracten’, ‘integrale aanpak’, ‘innovatieve aanpak’, eindeloze rijen ‘taskforces’ laten echter geen duidelijk sterke stijging in het aantal aangepakte criminele samenwerkingsverbanden (CSV’s) zien. Wat wel zichtbaar is, is de mist die is opgetrokken om het zicht op het justitieel antiwiet beleid te belemmeren. Veel vage getallen, maar uiteindelijk weinig verandering in de wietindustrie.

    Dit blijkt ook uit de cijfers over de aangepakte wiet CSV’s, de softdrugsmisdrijven, instroom eerste aanleg van de parketten en de sanctiecijfers (taakstraffen, geldboetes en gevangenisstraffen). Al deze weinig transparante data creëren een beeld   waarin vooral de kleine teler/gebruiker in de wietoorlog de pineut is, iets dat ook al door de gebrekkige politie administratie van de ontmantelde hennepkwekerijen wordt bevestigd.

    De laatste jaren rolt de politie zelfs minder hennepplantages op en pakt ook het Openbaar Ministerie minder ‘grootschalige hennepteelt’ CSV’s aan. Als argument wordt beweerd dat de prioriteiten zijn verschoven. Waarheen is niet duidelijk, maar hoewel dit onderzoek zich richt op de wietoorlog is de prioriteit niet verschoven naar drugslabs zoals de politie wel gesuggereerd wordt. Als tweede argument noemt de politie vaak capaciteitsgebrek, iets dat moeilijk vast te stellen is bij een gemankeerd openbaarheidsbeleid. Wat wel duidelijk is, is dat de effectiviteit van de politie niet bijster groot is.

    In 2016 beweerde namelijk de nu gepensioneerde landelijk hennep coördinator, John Jespers in het NRC dat er 36.000 politieagenten (55% van het politiekorps) “bovenop” de hennepteelt zouden zitten. Dat betekent dat er in 2016 6,5 fte (fulltime employee) nodig is voor het oprollen van een hennepkwekerij. Dit geldt voor zowel de hobbykweker met 5 planten en een plantage zonder planten als voor een kwekerij met honderden planten. Het aantal fte is in 2022 toegenomen tot 22 per plantage als ervan uit gegaan wordt dat nog steeds 55% van het korps er “bovenop” zit. Voor drugslabs is wel enige effectiviteitswinst te zien. In 2016 zijn er 590 fte nodig voor een lab en in 2022 320 fte.

    Voor de effectiviteitsvraag moet echter ook de vraag gesteld worden wat de politie zelf doet bij het oprollen van een plantage want een groot deel (tussen de 78% en 98%) van de hennepkwekerijen wordt in het kader van de integrale aanpak aangeleverd op een presenteerblaadje door onder andere netbeheerders en woningcorporaties.

    Wat overblijft na het beschouwen van alle cijfers is een ontluisterende repressie carrousel aan werkgelegenheid van opsporen, ontmantelen, onderzoeken, voorgeleiden, berechten, bestraffen, opsluiten etc. Wat dit nog met de tegenwoordig vaak gebruikte termen rechtstatelijk handelen te maken heeft is volstrekt duister. In de strafrechtketen zijn vooral de kleine teler/gebruiker de sigaar. Het geeft te denken als dat het resultaat is van zoveel opgeblazen wietoorlog communicatie.

     

    artikel als pdf

    De opgeblazen papieren Wietoorlog (onderzoek)

    Gebruikte grafieken en cijfers bij het onderzoek

    Bronnen bij het onderzoek