• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grondrechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheidsoptreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.

  • Categorieën

  • De ID-melkkoe van politie en justitie, 6 miljoen in 3 jaar. Heeft de identificatieplicht zich heeft ontpopt tot een discriminatoir machtsmiddel van de politie? (samenvatting)

    Ruim tien jaar geleden publiceerde Buro Jansen & Janssen cijfers over de D517 feitcode, de boete voor het zich niet kunnen identificeren. Conclusie was dat de WID (Wet op de Identificatieplicht) wordt gebruikt voor identiteitscontroles en mensen dubbel straft bij een eventuele overtreding. Een dubbele boete is bijvoorbeeld een boete voor openbaar dronkenschap en vervolgens ook voor het niet kunnen tonen van een legitimatiebewijs. Cijfers van 2021 tot en met 2023 laten zien dat het aantal identiteitscontroles met 19% is toegenomen. Daarnaast lijken burgers met een niet Nederlandse achtergrond nog steeds verhoudingsgewijs vaker te worden gecontroleerd en beboet bij een identiteitscontrole (36-46%).

    Het aantal dubbele boetes is wel afgenomen met 55%. Dat is ook logisch want er was kritiek op het feit dat de overheid mensen dubbel straft voor een overtreding. Het College van procureurs-generaal (landelijke leiding van Openbaar Ministerie, red.) had aangegeven dat burgers zich “op andere wijze mogen legitimeren (andere pasjes bijvoorbeeld) of een identificatiebewijs langs kunnen laten brengen op het politiebureau.”

    Naast de afname van de dubbele boetes en de toename van de identiteitscontroles verdient de overheid steeds meer aan de omstreden WID-maatregel. Over de periode 2005 tot en met 2015 zijn ongeveer 50% van de D517-boetes betaald en 45% van de ID-boetes ingetrokken. In totaal verdiende de Nederlandse staat toen 6 miljoen aan identiteitscontrole (uitgaande van overwegend meerderjarige boetes van 50 euro). Die zes miljoen is nu in drie jaar gehaald (6.047.360 euro). Bij 54.976 ID-boetes van 2021 tot en met 2023 (60%) was volgens het CJIB de ‘executie geslaagd’ (boete voldaan). Zo kan de overheid in tien jaar 20 miljoen euro verdienen uitgaande van een gemiddelde ID-boete van ondertussen 110 euro, een stijging van 233% ten opzichte van de eerdere periode.

    Het brede verzet tegen de WID uit de vorige eeuw is wel gebroken. Cijfers van burgers die naar de rechter zijn gestapt zijn er niet, maar van de mensen die een strafbeschikking kregen met een WID-component tekende slechts een fractie (24 inclusief 3 minderjarigen) verzet aan (1%). Bij een strafbeschikking legt het OM zonder tussenkomst van een rechter een straf op. Ook het aantal WID-klachten die bij de ‘onafhankelijke’ politieklachten commissies zijn ingediend in de afgelopen 12 jaar is gering, 78 klachten. Het werkelijke aantal klagers over de WID bij de politie is niet openbaar.

    Het zal niet verbazen dat de slagingskans voor een succesvolle klacht bij de politie laag is. Uit eerder onderzoek naar discriminatie en bejegening door de politie, blijkt dat slechts 3,41% van de discriminatieklachten gegrond worden verklaard (7 klachten in 12 jaar) en bij bejegening 20%. Dat slechts 19% van de WID-klachten (15 in twaalf jaar) gegrond worden verklaard, verbaast dan ook niet. Het is daarom bijzonder dat de Haagse klachtencommissie in haar jaarverslag over 2023 extra aandacht besteed aan de wet terwijl er maar één WID-klacht bij die commissie was binnengekomen.

    De Haagse commissie lijkt een structureel probleem te willen agenderen door twintig jaar na invoering zowel de wetsgeschiedenis als de instructie van de Wet op de identificatieplicht (WID) aan te halen. Vooral de verwijzing naar delen van de ‘Instructie identificatieplicht’ over de uitoefening van bevoegdheden op grond van de Wet op de identificatieplicht is opvallend: “Volgens de Instructie kan een identiteitsbewijs alleen worden gevorderd in gevallen waarin dit noodzakelijk is voor de redelijke taakuitoefening,” staat in het jaarverslag. En “niet alleen moet een vordering noodzakelijk zijn, ook moet deze noodzaak achteraf kunnen worden aangetoond.” Tot slot concludeert de Haagse politie dat “het handhaven van de identificatieplicht niet valt onder het begrip redelijke taakuitoefening wanneer het enkel gaat om het maken van afspraken of de enkele behoefte iemand uit de anonimiteit te halen.” Bij een Haagse WID-klacht wordt daar zelfs nog aan toegevoegd dat: “het vragen/vorderen van een identiteitsbewijs een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de burger vormt.”

    De overheid beweerde steeds dat de identiteitscontroles van verhoudingsgewijs veel Nederlanders met een buitenlandse achtergrond allemaal te maken had met optreden “tegen overlast en openbare ordeverstoringen,” maar is er wel steeds sprake van een “redelijke taakuitoefening”? Het discriminatoire karakter van de WID is namelijk nooit onderzocht en lijkt zelfs op de koop toe te worden genomen. De nieuwe cijfers lijken dat racistische karakter van de wet te bevestigen. Een kwalijke zaak bij een wet die in de vorige eeuw grote weerstand opriep omdat een identificatieplicht doet denken aan maatregelen van de Duitse bezetter onder andere om de Jodenvervolging te vergemakkelijken. ‘Ausweis bitte’.