• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grondrechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheidsoptreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.

  • Categorieën

  • Geen crimineel, geen terrorist, toch geschaduwd: zo volgt de politie vreedzame activisten (overgenomen bericht)

    TOOI: een geheime politiedienst in Nederland waar je waarschijnlijk nog nooit van hebt gehoord. Maar als je weleens meedoet aan demonstraties of een XR-sticker op je koelkast hebt, dan bestaat de kans dat zij jou wél kennen. Wie controleert het werk van deze ‘politiespionnen’ eigenlijk? En wat weegt zwaarder: jouw privacy of de openbare orde?

    Kijk even om je heen in je eigen huis. Heb je misschien iets activistisch, of iets dat voor activistisch kan worden aangezien? Een sticker van de klimaatbeweging? Een Palestijns vlaggetje ergens, of een keffiyeh aan je kapstok?

    Ja?

    Gefeliciteerd: Je zou niet de eerste zijn.

    Hoe een brandveiligheidscontrole een inlichtingenoperatie werd

    Op 5 november 2024 wordt er in Eindhoven aangebeld bij een wat oudere, niet al te best onderhouden woning; beige bakstenen met zwarte aanslag, na jarenlange blootstelling aan uitlaatgassen. Op de begane grond een ruimte die vast ooit als winkel dienst heeft gedaan, maar waar nu al jaren vergeelde lamellen voor de etalageruit hangen.

    Na enige tijd doet de bewoner van de zolderetage open. Verbaasd, want hij verwachtte niemand. En al helemaal niet het gezelschap dat nu voor zijn deur staat.

    Op de stoep staan een medewerker van de brandweer, iemand van de gemeente en een politieagent. Ze komen een brandveiligheidscontrole doen, zo vertellen ze. Iets dat gezien de staat van het pand niet heel gek is. Alleen: de timing komt de bewoner erg slecht uit. ‘Ik stond eigenlijk net op het punt om de deur uit te gaan’, zegt hij. ‘Kunnen jullie misschien een andere keer terugkomen? Ik heb hier nu eerlijk gezegd geen tijd voor.’

    Dat blijkt niet het juiste antwoord. Daarom is er politie aanwezig, om als ‘sterke arm’ op te kunnen treden als een bewoner zich zou proberen te verzetten. ‘Als je gewoon meewerkt, zijn we des te sneller weer weg’, zegt de agent. De bewoner heeft weinig keus en laat ze binnen.

    Het is een nogal krappe huurwoning, op de zolder van het pand. Wanneer je de smalle trap naar boven neemt, sta je vrijwel direct in een halletje, dat ook de keuken is. Zodra de politieagent de keuken binnenstapt, valt hem iets op: op de magnetron zit een aantal stickers van de Palestijnse vlag, en aan de muur hangt een vlag van klimaatbeweging Extinction Rebellion.

    Bij de agent gaan alle alarmbellen af: de bewoner is duidelijk nogal activistisch ingesteld. En activisme, dat kan maar één ding betekenen: de openbare orde is in gevaar.

    Terwijl de gemeentemedewerker en brandweerman bezig zijn met het checken van de rookmelders, pakt de agent snel zijn telefoon om zijn bevindingen te registreren in de politiesystemen. Zodat ‘hier nader onderzoek verricht naar zou kunnen worden’, zo zou hij later verklaren in een rapport waarin dit hele incident beschreven wordt (ingezien door De Correspondent). De politie zou immers steeds vaker te maken hebben met ‘mensen die radicaliseren’.

    In Eindhoven kijkt de bewoner stomverbaasd toe hoe de agent zijn magnetron inspecteert en aantekeningen maakt.

    Hij heeft toch niets verkeerds gedaan?

    Mag een agent jouw XR-sticker wel in het politiesysteem zetten?

    Iemands vermoedelijke ideologische overtuigingen, zonder dat die persoon schuldig is aan enig strafbaar feit, noteren in een politiedossier. Mag dat zomaar?

    Dat hangt er maar net van af wie je het vraagt.

    Het kon toch niet zo zijn dat de politie in het systeem noteerde wat hij allemaal voor ideologische overtuigingen zou kunnen hebben, puur op basis van hoe hij zijn huis had ingericht?

    In eerste instantie leverde zijn klacht hem wat op: de bewoner werd door de onafhankelijke klachtencommissie van de politie in het gelijk gesteld, zo blijkt uit het rapport dat door De Correspondent is ingezien. De registratie in de politiesystemen was onrechtmatig, zo stelde de commissie vast. Dit zodat zijn naam niet tot in lengte van dagen naar boven zou komen als iemand bij de politie nieuwsgierig werd naar wie er in hun werkgebied eigenlijk allemaal activistische neigingen hebben.

    Maar dat oordeel besloot de plaatsvervangend politiechef in Oost-Brabant naast zich neer te leggen – de klachtencommissie brengt alleen een advies uit, geen bindend oordeel.

    ‘Bij de politie is het bekend dat leden van Extinction Rebellion structureel de openbare orde verstoren. Om die reden is het voor de politie belangrijk om te weten wie sympathisanten zijn van deze beweging’, schreef ze in de brief waarin ze haar beslissing aan de bewoner toelicht.

    Het klinkt misschien als een incident: een overijverige agent die in bescherming wordt genomen door zijn chef. Maar het is tekenend voor hoe de Nederlandse politie te werk gaat om de openbare orde te beschermen.

    Als het om de openbare orde gaat, blijken er in Nederland ineens heel andere spelregels te gelden.

    Een wel heel geheime geheime dienst

    Zo heeft iedere politieregio sinds de oprichting van de Nationale Politie in 2013 een Team Openbare Orde Inlichtingen (TOOI). Een afdeling die informatie verzamelt over mogelijke verstoringen van de openbare orde. Daarbij kun je denken aan hooligangeweld bij voetbalwedstrijden, maar ook aan (geweldloze) demonstraties.

    Leden van TOOI kunnen op eigen initiatief besluiten onderzoek naar iemand te gaan doen, wanneer ze vermoeden dat die weleens een gevaar voor de openbare orde zou kunnen opleveren. Onderzoek dat in het geheim wordt gedaan, en waar je als onderzoeksobject dus niet direct iets van hoeft te merken.

    Maar ook andere politiemedewerkers – zoals wijkagenten – kunnen op pad worden gestuurd om inlichtingen te verzamelen.

    Hoe TOOI precies te werk gaat, is moeilijk te controleren. De politie doet er nauwelijks uitspraken over en er bestaan geen openbare jaarverslagen of rapporten over TOOI. Alles wat over het werk van deze geheime dienst bekend is, komt uit eerder journalistiek onderzoek, anekdotes van activisten die met TOOI te maken hebben gehad, openbaar gemaakte politiedocumenten of documenten die voor dit verhaal door De Correspondent zijn ingezien, en een zeer beperkt aantal overheidsdocumenten waarin het werk van TOOI omschreven wordt.

    Het is bekend dat TOOI gebruikmaakt van informanten: mensen die deel uitmaken van de groep die de politie wil volgen, maar ondertussen stiekem ook de politie informeren over aanstaande acties. Maar uit de verhalen van mensen die benaderd zijn om als informant te dienen, blijkt dat de politie vaak beargumenteert dat het juist tot doel heeft de demonstraties beter te kunnen faciliteren.

    ‘Ik gun het je om door hen gebeld te mogen worden’, is te horen op een geluidsopname die in het bezit is van De Correspondent, waarin een agent een activist probeert te werven als informant voor TOOI. ‘Het zijn eigenlijk mensen die de verbinding opzoeken, daar waar de verbinding soms ingewikkeld is.’ Dat klinkt eerder als reclame voor een goede relatietherapeut, in plaats van een inlichtingendienst.

    Bovendien gaat TOOI een stuk verder dan alleen ‘verbindende’ gesprekjes.

    Verregaande ingrepen, terwijl demonstreren gewoon mag

    TOOI werft ook informanten in de omgeving van de persoon in wie het team geïnteresseerd is – familie, vrienden of huisgenoten, bijvoorbeeld. In 2023 bleek uit onderzoek van Investico dat de politie vele malen privégegevens opzocht in de Basisregistratie Personen – de centrale database waarin alle namen, adressen en andere persoonsgegevens staan van mensen die in Nederland wonen.

    Uit stukken die demonstranten zelf op hebben kunnen vragen over het gegevensverkeer tussen de politie en de BRP blijkt dat het soms om vele honderden dataverzoeken gaat.

    Ook andere politieonderdelen kunnen worden ingezet voor het vergaren van informatie. Bijvoorbeeld tijdens bijeenkomsten waarop een demonstratie wordt voorbereid, zodat de politie op de hoogte is van wie er van plan zijn te gaan demonstreren.

    Zo merkte een activist dat zij en andere aanwezigen, na een training ‘Non-Violent Direct Action’, vanaf een afstandje gefotografeerd werden. Nadat ze hier bij de politie opheldering over had gevraagd, werd het bestaan van deze beelden door de politie bevestigd. De brief die de politie hierover stuurde is ingezien door De Correspondent. De politie bood de activist de mogelijkheid de genomen foto’s op het politiebureau te komen bekijken, zolang ze er geen kopieën of foto’s van zou maken.

    Tot slot maakt TOOI in sommige gevallen gebruik van zogenoemde peilbakens: Naar eigen zeggen doet de politie dit alleen ‘in hoogst uitzonderlijke gevallen’.

    Al dit inlichtingenwerk is ervoor bedoeld om burgemeesters, die verantwoordelijk zijn voor de openbare orde, een zo compleet mogelijk beeld te geven van wat er in hun gemeente zou kunnen gebeuren. Dan kan de burgemeester daarop besluiten wat er nodig is – denk aan politie-inzet, het klaarzetten van een waterwerper of in het ergste geval: het verbieden van een demonstratie.

    Dat is op zich geen gek doel. Bij een antimigratieprotest is het bijvoorbeeld voor zowel de politie als de gemeente fijn om te weten of die zich voor moeten bereiden op een handjevol mensen met Nederlandse vlaggen óf op honderden hooligans die van plan zijn de boel kort en klein te komen slaan.

    Maar ook vreedzame demonstranten worden meegenomen in de onderzoeken. Denk aan het blokkeren van een snelweg of het houden van een sit-in op een station.

    Spioneren mag – maar niet zomaar

    Normaal gesproken moet er in een rechtsstaat – wat Nederland nog steeds is – voordat er in het geheim inlichtingen mogen worden verzameld altijd een belangenafweging gemaakt worden. Wat weegt zwaarder: de privacy van mensen of het maatschappelijk belang? Daarom zijn er binnen de diensten die dit soort inlichtingen verzamelen altijd controlemechanismen ingebouwd, in de vorm van een externe toezichthouder die in de gaten moet houden of die afweging wel goed gemaakt wordt en of de schending van de privacy nog wel proportioneel is.

    Die beslist, ook tijdens een onderzoek, of een opsporingsmethode wel proportioneel is – je houdt iemand met twee wietplantjes te veel niet maandenlang in de gaten. De eindverantwoordelijke voor het Openbaar Ministerie is vervolgens de minister van Justitie, die door de Tweede Kamer aangesproken kan worden.

    Voor de inzet van hele zware opsporingsmiddelen, zoals het plaatsen van afluisterapparatuur, is daarnaast nog toestemming nodig van de rechter-commissaris: een strafrechter die als taak heeft toezicht te houden op de rechtmatigheid van het politieonderzoek.

    Bij een onderzoek door de AIVD ligt de eindverantwoordelijkheid bij de minister van Binnenlandse Zaken, Er is ook nog eens een onafhankelijke Toetsingscommissie Inzet Bevoegdheden (TIB), die vooraf kijkt of de inzet van de bevoegdheden van de veiligheidsdiensten wel rechtmatig is.

    Zo zijn er allemaal waarborgen ingesteld die moeten voorkomen dat de politie en inlichtingendiensten al te gretig worden met het verzamelen van informatie. Daarmee is niet gezegd dat daar altijd goed naar gehandeld wordt – netjes de procedure volgen staat niet altijd gelijk aan altijd de juiste afwegingen maken – maar er is in ieder geval altijd een eindverantwoordelijke aan te wijzen.

    Bij TOOI ligt dat anders. Daar is niet het Openbaar Ministerie of het kabinet, maar een burgemeester eindverantwoordelijk. Alleen daar ontstaat een probleem.

    De burgemeester is verantwoordelijk (maar niemand weet welke burgemeester precies)

    In principe ligt het gezag over TOOI bij de burgemeester van de gemeente waar de ordeverstoring plaats lijkt te gaan vinden. Maar wanneer nog niet duidelijk is in welke gemeente een demonstratie gehouden zal worden, is ook niet aan te wijzen welke burgemeester daar dan bij hoort.

    Dat terwijl TOOI ondertussen wel verregaande stappen onderneemt, zoals iemand laten achtervolgen, iemands kennissenkring ondervragen of die proberen te verleiden informant te worden. Stappen die niet voor niks bij andere inlichtingendiensten extreem streng gecontroleerd worden: alleen maar vertrouwen op de eigen interne afweging van de politie is niet voldoende.

    Tussendoor terugfluiten of afremmen is er dus niet bij; je kunt als burgemeester in die gevallen hoogstens aangeven dat je een volgende keer wil dat er anders gehandeld wordt. Iets waar Femke Halsema, de burgemeester van Amsterdam, zich al eerder over beklaagd heeft.

    Controle door de gemeenteraad – in een lokale variant van de ‘Commissie Stiekem’, waar raadsleden vertrouwelijk zouden kunnen worden bijgepraat – is al helemaal niet mogelijk. Ook krijgen raadsleden geen inzicht in hoeveel mensen er überhaupt onder observatie van TOOI staan in hun gemeente. Wanneer ze hun burgemeester hiernaar vragen, krijgen ze te horen dat ook dit geheime informatie is. Daarmee is ook voor de buitenwereld onmogelijk te controleren hoe omvangrijk het werk van TOOI precies is.

    En kan TOOI grotendeels ongehinderd zijn gang gaan.

    Een discutabele wettelijke grondslag

    Niet alleen de controle op TOOI is slecht geregeld. Ook de wettelijke grondslag waarop TOOI zijn werk baseert is niet duidelijk. Daarin verschilt het werk van TOOI wederom van dat van de AIVD en MIVD, dat is gebonden aan de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Ook is het anders dan politieonderzoek in een strafzaak, dat gebonden is aan het Wetboek van Strafvordering. Allebei documenten waarin precies staat beschreven wat wel en niet mag, onder welke voorwaarden en met welke waarborgen.

    Voor TOOI ontbreekt een dergelijke wet. De enige wet waarop TOOI zich beroept, is artikel 3 van de Politiewet, waarin staat dat ‘daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde’ de taak van de politie is. Bijzondere opsporingsbevoegdheden, zoals afluisteren, vallen dus niet binnen de bevoegdheden van TOOI. Maar of de middelen die nu wel ingezet worden – het werven van informanten, foto’s maken, peilbakens onder auto’s – dan wel zijn toegestaan, is op z’n minst voer voor discussie.

    Zo werd bij de registratie van de vermeende ideologische overtuigingen van de bewoner in Eindhoven de Politiewet van stal gehaald en door de plaatsvervangend chef in haar brief als rechtvaardiging genoemd. Ook de activist die stiekem gevolgd en gefotografeerd was, kreeg toen ze bezwaar maakte te horen dat dit onder artikel 3 van de Politiewet gewoon was toegestaan. Daarnaast stelt de politie in al deze zaken dat de inbreuk op de privacy beperkt is, omdat de onderzoeken van TOOI zich richten op ‘groepen’ en niet op ‘individuen’.

    Dat groepen per definitie bestaan uit individuen – en dat het voor die individuen nogal intimiderend kan zijn om stiekem gevolgd te worden – laat de politie daarbij voor het gemak even buiten beschouwing.

    In een strafzaak ontoelaatbaar, bij TOOI volkomen normaal

    Tegelijkertijd is intern bij de politie een heel ander geluid te horen.

    Dat een slecht gereguleerde inlichtingendienst geen fraai beeld is, hebben in ieder geval sommige mensen binnen de politie zelf dus ook best door.

    De werkwijze van TOOI – een geheime politie die ongehinderd informatie kan verzamelen over mensen en hun ideologische overtuigingen – roept inderdaad eerder associaties op met de DDR dan met ons doorgaans goed gereguleerde Nederland. Ze hoeven zich als enige niet te houden aan de spelregels die voor ander inlichtingenwerk wel gelden. En je hoeft je niet schuldig te maken aan strafbare feiten om bij hen op de radar te komen. Alleen gebruikmaken van je demonstratierecht is voldoende om doelwit te worden van verregaande surveillance. Niet voor niks gebruikte hoogleraar strafrecht Sven Brinkhoff (UvA) twee jaar terug al grote, maar niet onterechte woorden voor de manier van werken van TOOI:

    Ook emeritus hoogleraar staats- en bestuursrecht Jon Schilder (VU) heeft grote twijfels over de legitimiteit van het werk van TOOI. Wat Schilder betreft past de huidige situatie niet in een democratische rechtsstaat. En is de wettelijke grondslag voor het werk van TOOI niet goed geregeld. ‘De Politiewet geeft een taak. Maar bevat geen duidelijk omschreven bevoegdheden als het gaat om het handhaven van de openbare orde. Alleen voor de opsporing van strafbare feiten is geregeld wat de politie wel of niet mag.’

    Ook vraagt hij zich sterk af of het werk dat TOOI doet, geschaard kan worden onder de noemer ‘beperkte inbreuk op de privacy’. Want undercoveragenten, informanten, achtervolgingen en peilbakens inzetten, dat is volgens hem een stuk meer dan ‘beperkt’.

    Schilder schrikt van het verhaal van de brandveiligheidscontrole in Eindhoven. ‘Het binnentreden in een woning is een forse inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. Daar gelden strenge regels voor. En als dat dan al gebeurt vanwege een brandveiligheidsonderzoek, dan mag je niet als je eenmaal binnen bent ineens een andere pet opzetten. In een strafzaak zouden we spreken van onrechtmatig verkregen bewijs.’

    Wat jij op je magnetron plakt, gaat verder niemand wat aan

    Ook in de politiek worden vraagtekens geplaatst bij het werk van TOOI. en bleven herhalen wat de politie ook al zei: volgens de Politiewet mag dit allemaal.

    En onder hun leiding lijkt TOOI er voorlopig alleen maar bevoegdheden bij te krijgen. Iets wat – hoewel het ook eerder door de politie weleens gedaan is – nu nog als een te grote inbreuk op de privacy wordt gezien.

    Het is een voorstel dat past in een langere trend, waarin het demonstratierecht steeds verder beperkt wordt. Bijvoorbeeld door het verbieden van gezichtsbedekkende kleding, of het plan om snelwegblokkades met een aparte wet strafbaar te stellen. Allemaal beperkingen die ervoor zouden kunnen zorgen dat burgers zich minder vrij voelen om naar een demonstratie te gaan – het zogenaamde chilling effect.

    De presentatie van dit rapport wordt in maart 2026 verwacht.

    In het geheim informatie inwinnen is een bevoegdheid die de overheid heeft – en dat is, in deze soms onrustige tijden, maar goed ook. Maar in een rechtsstaat is het belangrijk dat er goede waarborgen onder liggen. Zoals een heldere afbakening in de wet van wat wel en wat niet mag. Een eindverantwoordelijke die te allen tijde mee kan kijken, afwegingen maakt en terug kan fluiten. En een politieapparaat dat beseft dat demonstreren en maatschappelijke betrokkenheid belangrijke onderdelen van onze samenleving zijn, en niet alleen een risicofactor voor wanordelijkheden.

    En dat wat je in je eigen keuken op je eigen magnetron plakt, in een democratische rechtsstaat verder helemaal niemand wat aangaat.

    Reactie Nationale Politie
    De politie laat in een reactie weten dat het werk van TOOI noodzakelijk is voor het handhaven van de openbare orde. Daarbij komt het heimelijk inwinnen van informatie pas in beeld wanneer de reguliere politie niet aan voldoende informatie kan komen. De in het stuk genoemde voorbeelden (zoals de registratie tijdens de brandveiligheidscontrole) vallen volgens de politie dan ook onder de noemer ‘regulier politiewerk’. Er zou in die specifieke casus geen sprake zijn van een directe relatie tot TOOI.

    Over de controle op TOOI schrijft de politie dat deze afdoende geregeld is, door interne toetsing binnen de politieorganisatie en een externe adviescommissie die advies uitbrengt aan burgemeesters. Ook herhaalt ze het standpunt dat artikel 3 van de Politiewet afdoende wettelijke basis geeft voor het werk dat gedaan wordt ten behoeve van de openbare orde. Wel erkent ze dat een expliciete omschrijving van de taken en bevoegdheden wenselijk zou zijn.

    Tot slot laat de politie weten pal te staan voor ieders recht om te demonstreren en zijn mening te uiten.

    Originele bericht is hier te vinden