Mar 062017
 

Ondanks waarschuwingen van Amnesty International en de Verenigde Naties, houdt de politie een proef met de Taser X2. Hiermee moet het gat tussen wapenstok en pepperspray (of was het tussen pepperspray en dienstwapen?) worden opgevuld. De Haagse politie speelt in een reclamespot waarin duidelijk wordt gemaakt dat er omstandigheden kunnen zijn waarbij zo’n stroomstootwapen  onmisbaar is.

(bron: Politie.nl)

Op 4 seconden: ‘… ook het geweld richting politie neemt toe’. begint het. Dat is niet het geval.

Op 16 seconden: Een moment van twijfel: Pepperspray pakken, of dienstwapen? En de oplossing zou dan zijn gedachteloos beginnen te taseren? Of nog langer twijfelen: pepperspray, dienstwapen, taser of toch wachten tot de collega met politiehond is gearriveerd?

Op 54 seconden: De fictieve aggressieve man neemt een slok uit een fles, waardoor hij precies voldoet aan de omschrijving van het probleem waarvoor de taser de oplossing zou moeten zijn, namelijk alcohol of drugs die maken dat de arrestant onvoorspelbaar reageert, of in elk geval bevelen niet opvolgt.

Op 1 minuut 50: De aggressieve man blijkt toch een mes te hebben. Zou hij de politie te lijf gaan? Nee, hij wil zichzelf iets aandoen.

Op 2 minuten: Verdachte is twee keer gewaarschuwd dat hij zal worden getaserd. De politieman maakt een afweging: afstand 4 meter, verdachte verminderd toerekeningsvatbaar, agressief en bewapend. Pepperspray en wapenstok zijn niet toereikend.

Op 2 minuut 10: Als de spanning bijna ondraaglijk is: reclame uitleg. Taser is een Amerikaans bedrijf dat alle publiciteit over dodelijke incidenten beantwoord met ontkenning of inzet van een advocaat. Zouden ze hebben meebetaald aan dit filmpje? Waarom geen woord over de risico’s? Waarom niets over het ‘back up shot’ om meteen nog een keer een stroomstoot uit te delen?

Op 2 minuut 16: De politie geeft een nieuwe betekenis aan het woord handelingsonbekwaam. Waarom niet gewoon ‘verlamd’ of een ander woord dat recht doet aan de risico’s van het toedienen van een zware schok?

Op 2 minuut 45: De laatste waarschuwing. Verdachte wordt gesommeerd het wapen te laten vallen. Hij kan zich nog overgeven.

Op 2 minuut 58: ‘Lichamelijk letsel verdachte: minimaal’ in dit fictieve geval. Hij had ook kunnen overlijden.

Op 3 minuut 28: ‘Politie start in vier eenheden een proef met het stroomstootwapen.’ Vier eenheden? Het waren er toch drie? Welke eenheid is afgevallen? Hoe zit dat?

Dat was het fictieve voorbeeld, nu de praktijk:

(bron: RTL)

Op 45 seconden: Slachtoffer bedreigt niemand, is hoogstens slaapdronken en wil, terwijl hij op zijn buik gaat liggen, laten zien dat hij bewoner is door zijn sleutels te pakken.

Op 54 seconden: Bernard Jens praat het gedrag van zijn collega goed. Hier blijkt dat niet snel genoeg doen wat de politie zegt al voldoende rechtvaardiging is om iemand te taseren. Dus de afweging: ‘afstand 4 meter, verdachte verminderd toerekeningsvatbaar, agressief en bewapend en bovendien zijn pepperspray en wapenstok niet toereikend’ waren voorbehouden aan het fictieve voorbeeld. In praktijk komt het dus neer op eerst taseren, dan afweging maken. Volgens Jens terecht want slachtoffer maakte een verdachte beweging.

Op 1 minuut 9: ‘…om uiteindelijk de taser te gebruiken’. Hier suggereert Jens uitgebreide afwegingen en dialoog met het slachtoffer waardoor het zijn eigen schuld lijkt dat hij nu een gebroken arm heeft en problemen met zijn hartritme.

1 minuut 18: Slachtoffer snapt niet dat bevelen van de politie meteen moeten worden opgevolgd al heb je niets gedaan. De politie begrijpt niet dat mensen die iets hebben gedaan wat niet mag, zich uit de voeten maken en dat vooral onschuldigen worden geknuppeld of getaserd.

1 minuut 22: De proef met de taser loopt nog een jaar. Dat draait vast en zeker uit op aanschaf van het ding, gezien de manier waarop de politie omgaat met de feiten.

 

Schulze