Jul 242015
 

Frank van Rutten van De Financiële Telegraaf schrijft op 23 juli 2015 het volgende:

‘Ondernemers, let op uw saeck. „De onderwereld rukt met intimidatie en witwaspraktijken op in de bovenwereld”, waarschuwden MKB-Nederland en justitie onlangs. Individuele criminelen of complete (motor)bendes zullen de komende jaren proberen hun achterste op uw directeursstoel te manoeuvreren. Inclusief geweld en bedreiging. Zo kan uw met bloed, zweet en tranen opgebouwde zaak zomaar verworden tot ordinaire witwasserette. Weg bedrijf. In de horeca zijn de voorbeelden bekend. En ook de beveiligingsbranche is kwetsbaar. Maar ook andere sectoren zullen de komende jaren hiermee kennismaken. Ondernemers die reeds slachtoffer zijn, of concrete voorbeelden uit hun omgeving kennen, wordt nu met klem gevraagd aangifte te doen of hun verhaal te doen. Desnoods anoniem. „Als we niks doen, gaat het van kwaad tot erger”, onderschrijft MKB-NL deze oproep. Maar staat het belang van de getroffen ondernemers daarbij wel voldoende voorop? Het heeft er alles van weg dat dit vooral een wapen is in de jacht op de beruchte motorbendes, momenteel topprioriteit in opsporingskringen. Dat is op zich goed, maar gedupeerde ondernemers zullen nu niet ineens massaal uit de school klappen. Dat deden ze hiervoor ook al niet, uit vrees voor hun eigen gezondheid en die van hun familie of omdat ze chantabel zijn gemaakt.’

Meneer Rutten bedoelt het vast goed. Maar feitenkennis? Kan meneer Rutten één geval noemen van een horecazaak die is overgenomen door een motorbende? En welke motorbende was dat dan wel? En hoe zit dat met zijn uitspraak dat de beveiligingsbranche kwetsbaar is? Weet meneer Rutten eigenlijk wel hoe het werkt in die beveiligingsbranche? Het is bijna onmogelijk voor een lid van een motorclub om een beveiligingspas te verkrijgen. Die passen werden twintig jaar geleden ingevoerd en gaan altijd via de politie. Je krijgt dus niet zomaar een pas. Sterker nog, de afgelopen jaren zijn talloze beveiligers die in het bezit waren van een pas brodeloos gemaakt doordat zij lid waren van een motorclub. Het waren goede beveiligers, zij hadden geen strafblad, maar zij waren lid van een motorclub. Motorclub en niet ‘motorbende’, zoals meneer Rutten roept. Kan meneer Rutten één motorbende benoemen? Durft hij dat wel? Want ik kan nu al zeggen dat dat uitloopt op laster. Er is namelijk nog geen enkele club veroordeelt als club. Er is zelfs nimmer een afdeling van een motorclub veroordeelt.

Nee, meneer Rutten doet in zijn artikeltje net alsof de bestaande maatregelen tegen een probleem dat helemaal niet bestaat, onvoldoende zijn om dat probleem te bestrijden. Hij roept op om aangifte te doen of het verhaal te vertellen van intimidatie of overname door een ‘motorbende’. Eigenlijk roept meneer Rutten de overheid op om maatregelen te nemen, ‘zodat gedupeerde ondernemers nu massaal uit de school kunnen klappen’. Hij suggereert daarbij dat die ondernemers niet veilig zijn, wanneer zij dat nu zouden doen. Kan meneer Rutten ook maar één ondernemer uit de horeca of de beveiligingsbranche noemen die extra bescherming behoeft, omdat hij anders niet ‘uit de school durft te klappen’?

Het artikeltje van meneer Rutten sluit mooi aan bij het geroep van de lieftallige Laetitia Griffith twee weken geleden. Ook zij kwam met een heel verhaal over nieuwe maatregelen in de beveiligingsbranche die infiltratie door ‘motorbendes’ moest voorkomen. In het artikel ‘De pot verwijt de ketel’ konden wij haar uitspraken al danig nuanceren.

Wat meneer Rutten en mevrouw Griffith vooral doen in hun artikeltjes is een trend zetten. Je bent in Nederland blijkbaar pas oké wanneer je iets roept tegen de verschrikkelijke motorbendes. We zullen daarvan zeker in de nabije toekomst nog veel meer gaan zien. De kranten gaan komen met koppen als: ‘Bloementelers gaan maatregelen nemen tegen (motor)bendes’, ‘Gevangenissen geïnfiltreerd door criminelen’, ‘Kledingbranche verkoopt geen leren broeken meer aan (motor)bendes’, ‘Partij 50+ gaat leden extra screenen’, ‘De Telegraaf ontslaat John van den Heuvel wegens fascinatie voor motorbendes’. Ja, en vooral dat laatste zou een ramp zijn.

Dupont