Sep 092016
 

Op dinsdag 19 februari 2013 circuleerde bij de Nationale Politie het volgende intranetbericht:

Beste collega,

Het afgelopen jaar is de landelijke aanpak van de zogenaamde 1% motorclubs stevig van start gegaan. In een integrale inspanning wordt het criminele en normoverschrijdende gedrag van leden van deze clubs aangepakt. Een niet onbelangrijk aspect van deze aanpak is de integriteit van de overheid. Het is, vanwege de associatie met criminele activiteiten van leden, ongewenst dat leden van 1% motorclubs een publieke functie uitoefenen. Zeker voor de politie geldt dat een lidmaatschap van een 1% motorclub of nauwe contacten met een of meerdere leden van deze clubs leidt tot een bijzondere kwetsbare positie voor de medewerker. En het vormt een risico voor het imago van het politieambt alsook de gehele politieorganisatie.

De bestaande integriteitstandaarden van de politie vormen het kader waarbinnen dit thema geadresseerd kan worden. Ook de afgelegde ambtseed/belofte refereert naar onkreukbaarheid en betrouwbaarheid en het aanzien van het ambt.

Door middel van deze mail verzoek ik om aan onderstaande uitvoering te geven opdat mogelijke integriteitkwesties, die kunnen ontstaan bij associaties met leden van 1% motorclubs, vermeden kunnen worden.

Concreet betekent het bovenstaande dat:

in het geval van screenen van een (beoogd) politiemedewerker er getoetst wordt op lidmaatschap van

een 1% motorclub of nauwe associaties met een of meerdere leden van deze clubs aan de orde is.

Lidmaatschap of associaties betekent geen dienstverband; in het geval van bekend lidmaatschap van een 1% motorclub of vanwege nauwe associaties met een of

meerdere leden van deze clubs dient de leidinggevende direct met de medewerker hierover in gesprek te gaan. Het uitgangspunt hierbij is onverenigbaarheid met een functie bij de politie en dat het lidmaatschap beeindigd dient te worden. Dit gesprek dient schriftelijk vastgelegd te worden. Indien betrokken medewerker hiertoe niet bereid is, wordt een intern onderzoek door de afdeling VIK gestart.

in het geval van bekend lidmaatschap van naasten en/of partner dient direct een gesprek tussen

leidinggevende en betreffende medewerker te volgen over de kwetsbaarheid door associatie en de integriteitrisico’s met dit soort motorclubs. Dit dient ook schriftelijk te worden vastgelegd. Afhankelijk van de uitkomsten van dit gesprek en de persoonlijke relatie tussen de medewerker en het lid van de 1% motorclub kan dit aanleiding zijn voor het opstarten van een intern onderzoek. in alle gevallen van lidmaatschap van een politiemedewerker, diens vrienden, familie en/of partner dient

dit gemeld te worden bij de afdeling VIK van uw eenheid.

lk verzoek u hier binnen uw eenheid uitvoering aan te geven en de strekking van deze mail bekend te maken bij leidinggevenden, afdelingen VIK, vertrouwenspersonen en HR. Daarnaast zal ik ervoor zorgdragen dat via het intranet iedere collega hierover geInformeerd wordt. Dit bericht is als bijlage bijgevoegd.

Mocht u naar aanleiding van deze mail nog vragen hebben, kunt u zich wenden tot projectleider VIK korpsstaf.

Met vriendelijke groet, Gerard Bouman, Korpschef

 

Op 21-10-2015 werd dit interne bericht gevolgd door de volgende oproep:

‘Lid van omstreden motorclub? Meld het!

Lidmaatschap van of connecties met omstreden motorclubs kunnen politiemedewerkers in een kwetsbare positie brengen. Het vormt tevens een risico voor het imago van het politieambt en de politieorganisatie. Daarom vraagt onze korpschef om relaties met deze clubs te melden.

Berichten over overheidsmedewerkers en lidmaatschappen van de zogeheten ‘1% motorclubs’ (Hells Angels, Satudarah MC, Confederates, Demons, Black Sheep, Rogues, Veterans en Animals) haalden de afgelopen tijd regelmatig het nieuws. In deze nieuwsberichten kwam vooral het risico op integriteitsconflicten aan de orde. Korpschef Gerard Bouman: ‘Een politieambtenaar dient zich te onthouden van risicovolle contacten in het algemeen en van de ‘1% motorclubs’ in het bijzonder. Zoals de collega’s weten hecht ik waarde aan een integere en betrouwbare politieorganisatie. lk vertrouw erop dat alle collega’s die naar aanleiding van de berichtgeving menen ook in zo’n kwetsbare positie te verkeren, dit kenbaar maken bij hun leidinggevende. Of het nu gaat om een eigen lidmaatschap of naasten met connecties bij een omstreden organisatie.’

Heb je vragen over dit bericht of kamp je zeff met een soortgelijk dilemma? Neem dan contact op met je leidinggevende of met het hoofd Veiligheid, Integriteit & Klachten van jouw eenheid. Ook kun je altijd terecht bij een van de vertrouwenspersonen in je eenheid.’

Dupont en co. vroegen middels een WOB-verzoek om meer bijzonderheden in verband met deze kwestie. Wij wilden graag weten wat de maatregelen waren genomen tegen politie-agenten die lid waren van een 1% motorclub. De eerste keer werd het WOB-verzoek geweigerd met als grond dat de persoonlijke omstandigheden van de betrokken personeelsleden (politie-ambtenaren) zwaarder wogen dan ons voordeel. Na in hoger beroep te zijn gegaan kregen wij echter toch een iets zinniger antwoord. Het is gebleken dat in 2013 1 politieambtenaar is gewaarschuwd in verband met zijn contacten met 1%’ers. In 2014 zijn 2 politieambtenaren ontslagen of met buitengewoon verlof gestuurd en in 2015 zijn 3 politieambtenaren ontslagen, buiten functie gesteld, geschorst of de toegang tot dienstterreinen ontzegd.

We hebben het hier alleen over de echte motorclubs, niet over clubs als LEMC Marshalls, Lex Legio MC of Blue Knights MC. Lidmaatschap van of contact met deze clubs is vooralsnog geen enkel probleem.

Het antwoord op ons WOB-verzoek geeft alleen aan dat er maatregelen zijn getroffen en niet van welke clubs betrokken politieambtenaren lid waren.

Dupont