justitie

Apr 302018
 

Uitzending van Reporter Radio 8 april 2018

Meer dan duizend mensen worden jaarlijks uit hun woning gezet vanwege de vondst van cannabis. In de strijd tegen hennepplantages zijn de bevoegdheden van de burgemeester zo ver uitgebreid dat het lijkt alsof hij op de stoel van de rechter zit. Maar die fluit hem nu terug: ruim dertig procent van de woningsluitingen blijkt onrechtmatig te zijn. “Het heeft zo’n impact als je uit je eigen huis moet.”

Vooral in de grote steden en de grensprovincies worden veel hennepplantages in woonhuizen aangetroffen. In Limburg en Brabant, maar ook Gelderland, Friesland, Groningen en Drenthe. Toen hennepplantages in loodsen en kassen massaal werden opgerold, verplaatsten de plantages zich naar woonhuizen. En daar kon de burgemeester met de bestaande wetgeving niet ingrijpen. Dus werd de wet met de toepasselijke naam Damocles tien jaar geleden uitgebreid naar woonhuizen.

Bij Germa ter Braak in Nieuw-Dordrecht staat een oude stacaravan, achter op het terrein. Vijf jaar geleden stond de politie bij haar op de stoep, ze wilden een kijkje nemen in de caravan, want ze hadden een anonieme tip gehad. En jawel, 246 planten stonden er in de oude caravan. De huurder was met de noorderzon vetrokken, Germa werd haar huis uitgezet. “Op dat moment werd ik behandeld voor kanker, ik kon dat er eigenlijk allemaal niet bij hebben”, zegt ze. “Eerst streed ik tegen kanker, nu strijd ik tegen de gemeente.”

Huisuitzetting

De Burgemeester van Emmen kon Germa haar huis uitzetten op grond van artikel 13B van de opiumwet, oftewel de Wet Damocles. Dat betekent dat de burgemeester iemand uit huis kan zetten bij wie hij een handelshoeveelheid cannabis of een hennepplantage aantreft. In praktijk wordt daarbij de norm gehanteerd van vijf wietplanten of vijftig gram gedroogde hennep.

Een dergelijke maatregel (het dichttimmeren van een woning waar cannabis is aangetroffen) kan de burgemeester nemen om de overlast van drugspanden tegen te gaan. Maar, zegt Advocaat Maartje Schaap, naast deze bestuursrechtelijke maatregel is er ook nog het strafrechtelijke traject. De verdachte wordt door de rechter bestraft voor de wietplantage. Dan is een huisuitzetting dubbele straf, vindt Schaap. “De wet Damocles geeft de burgemeester het recht om mensen die alleen nog maar verdacht zijn te straffen: want wat is er erger dan je huis uit gezet worden?”

Dubbel gestraft

Germa krijgt dus met twee soorten recht te maken: ze heeft een strafzaak tegen zich lopen omdat ze meer dan de gedoogde hoeveelheid hennep in haar caravan heeft, en ze vecht, via het civielrecht, de maatregel aan die de burgemeester heeft genomen toen hij haar woning drie maanden sloot. Ze wordt vrijgesproken van de strafbare feiten, maar weet geen schadevergoeding bij de gemeente te bedingen. “Ik heb bij mijn ouders en mijn oudste zoon moeten wonen, maar terug in huis had ik geen geld om de stroom weer aan te laten sluiten. Mijn baan was ik kwijt, maar een uitkering kon ik niet krijgen. Ik had helemaal niks.”

Gemakzucht

Michelle Bruijn promoveert aan de Universiteit Groningen op het cannabisbeleid en dan vooral op de opiumwet artikel 13B, de wet Damocles. En, zegt ze, die wet wordt verkeerd gebruikt door burgemeesters: “Is er sprake van een hennepkwekerij dan kun je daar artikel 17 van de woningwet voor gebruiken. Voor overlast kun je artikel 174A van de gemeentewet gebruiken. Voor een illegaal verkooppunt kun je artikel 13B van de opiumwet gebruiken. Het aantreffen van een zogenaamde handelsvoorraad wordt als bewijs gezien dat er wiethandel plaatsvindt. Maar dat hoeft niet zo te zijn.”

Artikel 13B is lekker makkelijk in gebruik. “Overlast aantonen is ontzettend moeilijk”, zegt Bruijn. “Voor het toepassen van 13B hoeft alleen maar aangetoond te worden dat de opiumwet wordt overtreden. Maar nu worden ook andere constateringen onder artikel 13B van de opiumwet geschaard en dat is juridisch gewoon niet juist.” Maar waarom doen burgemeesters het dan? “gewoon gemakzucht.”

Strafbare feiten

Opmerkelijk is dat burgemeester Eric van Oosterhout van Emmen twijfelt over zijn eigen beleid. “We kijken altijd wel even mee als we uitzetten, mensen staan niet op stel en sprong op straat. Anderzijds gaan we er ook wel vrij stevig mee om. Ook een moeder met twee kinderen moet zich realiseren dat ze bezig is met strafbare feiten.” En als ze achteraf vrijgesproken worden? “Daar zou ik wel een evaluatie over willen hebben. Ik ben wel benieuwd naar de effectiviteit van dit beleid, want het gaat ons om het systeem, niet om die wietplanten die op een zolder staan, dat schiet niet zo op. Kunnen we het systeem lek trekken? In alle eerlijkheid: dat lukt ons maar mondjesmaat.”

Glijdende schaal

Hoogleraar bestuurlijk sanctierecht Henny Sackers van de Radboud Universiteit Nijmegen ziet een glijdende schaal: in de strijd tegen de wieteelt lijkt alles geoorloofd. “De burgemeester is van oudsher de hoeder van de openbare orde, maar de afgelopen 20 jaar zijn steeds meer bevoegdheden aan de burgemeester gegeven. Hij wordt steeds meer ingezet als iemand die sancties moet gaan opleggen, burgers moet gaan bestraffen. Ik ben van mening dat de burgemeester onderhand de lokale officier van Justitie, de lokale boevenvanger is geworden.”

Maar, ziet Sackers, de rechter is aan het schuiven. Waar de rechter vroeger aannam dat er een handelshoeveelheid was aangetroffen, is er de laatste twee jaar een kentering waar te nemen als het gaat om de hoeveelheid cannabis voor eigen gebruik. Sackers: “Dat betekent dat de politie bij een inval echt een handelshoeveelheid drugs moet aantreffen.” Onderzoeker Bruijn: “Klopt, maar of het leidt tot minder sluitingen is niet duidelijk.”

Bruijn analyseerde 217 rechterlijke vonnissen. Daaruit bleek dat de burgemeester bij 30 procent van de uithuiszettingen ongelijk kreeg. Burgemeester Oosterhout van de gemeente Emmen: “Als je ziet wat burgemeesters de afgelopen tien jaar aan extra bevoegdheden gehad hebben… het moment dat ik ze heb, wordt er ook naar me gekeken van gaan we nou nog wat doen?” Dus je ziet ook in burgemeestersland hevige discussies over de rol van de burgemeester als sheriff.

Extra bevoegdheid

Maar terwijl de burgemeesters discussiëren, ligt er bij de Tweede Kamer een nieuwe wet om de bevoegdheden van de burgemeester nog verder op te rekken: niet alleen de aanwezigheid van drugs, maar ook spullen die erop duiden dat er drugs aanwezig is, zoals gripzakjes of lampen, maken het dan mogelijk dat de burgemeester een bewoner zijn huis uitzet.

Voor mensen als Germa is het te hopen dat de burgemeester met die nieuwe bevoegdheid voorzichtigheid omgaat. “Ik heb een heel moeilijke periode daardoor gehad. Ik wil niet melodramatisch overkomen, maar het was zelfs zo ver dat ik geen zin meer had in mijn leven. Dan denk ik: waar heb ik het allemaal voor gedaan?”

zondag 8 april 2018 | KRO-NCRV | Joga Brouwers

artikel is hier te vinden op 8 april 2018

uitzending van Reporter Radio is hier te vinden

Mar 212018
 

Het lukt gemeenten en politie niet altijd om het demonstratierecht voldoende te waarborgen. Dit constateert de Nationale ombudsman in zijn rapport “Demonstreren, een schurend grondrecht?” Demonstreren is een grondrecht en dat betekent dat de gemeente en politie zich tot het uiterste moeten inspannen om demonstraties te faciliteren en te beschermen, zodat burgers in vrijheid hun mening – hoe impopulair ook – kunnen laten horen.

De Nationale ombudsman heeft in de loop der jaren verschillende rapporten gepubliceerd over het demonstratierecht. Daaruit komt naar voren dat burgemeesters en politie het demonstratierecht niet altijd voldoende waarborgen. Berichten in de media en diverse wetenschappelijke publicaties bevestigden dit beeld en hebben de Nationale ombudsman doen besluiten een onderzoek uit eigen beweging in te stellen. Met het rapport beoogt de Nationale ombudsman richting te geven aan de maatschappelijke discussie over het demonstratierecht. De ombudsman stelt het burgerperspectief centraal en biedt met zijn aanbevelingen een handelingskader voor zowel de overheid als demonstranten.

De Nationale ombudsman benadrukt dat hij bij het formuleren van zijn aanbevelingen het fundamentele recht om te demonstreren voorop stelt. Uit dat principe volgt dat er voor de overheid een positieve verplichting geldt om demonstraties zoveel mogelijk te faciliteren en te beschermen.

Jan 122018
 

In oktober 2017 verschenen er nieuwsberichten in de media dat de Nationale Politie bezig was met het ontwikkelen van drie nieuwe apps. De apps die toentertijd genoemd werden waren de ‘Samen Zoeken’-app, de ‘Autémon’-app (burgers speuren mee naar gestolen voertuigen gebaseerd op de populaire Pokemon-app) en de ‘Inbraak-app’.

RTL Nieuws publiceerde gisteren een artikel waarin beschreven wordt hoe het prototype van de Samen Zoeken-app eruitziet. Zij kregen het prototype als eerste onder ogen.

In de Volkskrant verscheen in oktober 2017 een uitgebreid artikel over het ontwikkelen van de drie nieuwe apps. Het artikel meldt dat de gebruikers van de Samen Zoeken-app met “nuttige tips of het terugvinden van een vermiste” punten kunnen verdienen waarmee ze kans maken op prijzen. Of daar in de huidige versie nog steeds sprake van is is ons op dit moment niet bekend.

Op de website van Frank Smilda (Sectorhoofd Dienst Regionale Informatie Organisatie bij de Nationale Politie) en Arnout de Vries (onderzoeker op het gebied van social media en maatschappelijke veiligheid bij TNO), genaamd SocialMediaDNA, staat ook een interessant artikel uit 2017 over de app. De app wordt daarin als volgt omschreven:

Bij de tools hoort ook de app die binnenkort wordt gelanceerd. Met deze app kan je bij een vermissing niet alleen je netwerk inschakelen, maar ook de politie. Met een enkele klik worden de sociale media bereikt. De app helpt verder het zoekgebied te verkleinen en geeft tips en tricks bij het zoeken naar vermiste personen. Zo zorgt het ervoor dat al in een vroeg stadium structuur en richting aan een zoekactie wordt gegeven. De app heet trouwens ‘Samen Zoeken’.

Dit soort nieuwe apps worden ontwikkeld door de nieuwe ‘Q-teams’ van de politie. Een jonge, nieuwe beweging binnen de politie die veel vrijheid van de korpsleiding krijgt om nieuwe technologische innovaties binnen de opsporing te ontwikkelen.

 

Het laten ontwikkelen van de apps kost de politie gemiddeld 50.000 euro per stuk.

Privacyhoogleraar Gerrit-Jan Zwenne (Universiteit Leiden) is niet tegen burgeropsporing, maar vindt de beloning in de vorm van punten en cadeaus riskant. ‘Door er een spelletje van te maken nodig je mensen uit politieagentje te spelen’, zegt hij. ‘Dan loop je het risico dat ze te ver gaan. De apps moeten daarom heel duidelijk zijn over de randvoorwaarden, over waar de opsporing eindigt. Dat iemand niet voor eigen rechter gaat spelen als hij dankzij de Autémon niet alleen de gestolen auto aantreft, maar ook de chauffeur.’

Het risico van eigen richting door ‘gamification’ (de gelijkenissen met spelvormen) ziet ook privacyexpert Bart van der Sloot (Universiteit Tilburg). ‘Het doet ook geen recht aan de ernst van het opsporingswerk’, zegt hij. ‘Het machtsmonopolie ligt bij de politie en die draagt dit nu deels over aan de burger in spelvorm. Ik vind dit onethisch.’

Bas Filippini, voorzitter van Privacy First, snapt de goede bedoelingen, maar noemt het ‘spionnetje spelen’ vooral een ‘gevaarlijke ontwikkeling, die heel hype- en sensatiegevoelig is’.

Er kleeft echter een andere donkere keerzijde aan het invoeren van dit soort apps door de politie. Er wordt in de beschrijvingen van de app al over gesproken: sturing en zoekadviezen. Dat klinkt op het eerste gezicht natuurlijk heel mooi. Groepen mensen of individuen die door de politie gestuurd worden in hun zoektocht en met behulp van GPS precies bij kunnen houden waar al gezocht is en waar nog niet. Klinkt bijna te mooi om waar te zijn. Deels is het dat ook.

De keerzijde is namelijk dat de politie nu de macht krijgt om niet alleen individuen maar ook grote groepen mensen via het ‘zoekadvies’ in de app te vertellen waar zij wél moeten zoeken, maar daarmee indirect ook de grote groepen deelnemers weg kunnen leiden van gebieden waar politie en justitie niet wíllen dat de mensen zoeken.

Een tweede punt is dat wanneer u de app’s van de Nationale Politie installeert u natuurlijk eerst allerlei toestemmingen aan de app moet verlenen voordat u er gebruik van kunt maken. Toestemming voor het  gebruik van de camera, de microfoon, uw locatie, voor toegang tot uw oproepen, contacten, smsjes en noem maar op. U kent dit proces vast wel van andere app’s op uw gsm.

Recentelijk zijn er in de media artikelen verschenen over app’s die misbruik maken van deze toestemming(en) en meeluisteren/kijken met wat u allemaal uitspookt gedurende uw dag en nacht en daar weer andere producten en aanbiedingen van derden op afstemmen.

Al deze toestemmingen zullen door de gebruikers verleent worden aan een overheidsorganisatie die eerdaags ook nog eens gretig gebruik zal maken van de zogeheten ‘Hackwet’ (Wet Computercriminaliteit III) en, in samenwerking met de AIVD, van de ‘Sleepwet’ (Wiv: Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten). De Nationale Politie heeft al lange tijd een zéér slechte reputatie op de gebieden van integriteit en het naleven van de wetgeving rondom vertrouwelijke gegevens. Dat alles maakt de zorgen omtrent de privacy van de individuele burger, en die van de samenleving in zijn totaliteit, van een geheel andere orde.

Een kantelpunt ten tijde van de technologische informatierevolutie die wij als mens doormaken wordt spoedig bereikt, als dit punt al niet bereikt is. Een kantelpunt niet alleen met betrekking tot de surveillance van burgers door de overheid, maar dientengevolge ook met betrekking tot de controle óver de burger.

Wij zijn niet van de complottheorieën en de ‘aluhoedjes’ en het is een bewezen feit dat politie, justitie en overheden zich soms meer gebaat voelen bij het niet bekend worden van bepaalde feiten van een incident bij het grote publiek; om welke reden dan ook. Dat kan een geheel legitieme en objectieve reden zijn, maar ook meer dubieuze redenen in het eigenbelang van politie en justitie kunnen bedacht worden.

Dit soort gesloten apps geven politie en justitie nu op een voor hen veel efficiëntere manier, en veel grootschaliger, de macht om zoektochten juist weg te leiden van bepaalde gebieden door zeer specifiek en per direct zoekadviezen te verspreiden voor andere gebieden.

De app’s worden aan de burger aangereikt als perfect hulpmiddel, maar zijn tegelijkertijd een listige manier van politie en justitie om zichzelf nog meer de controle toe te eigenen over een situatie waarin door burgers meegezocht wordt, om welke legitieme of niet-legitieme reden dan ook. Daarnaast bieden dit soort apps allerlei nieuwe manieren om massasurveillance mogelijk te maken naast de verruimde bevoegdheden in nieuwe wetgeving.

 

artikel is verschenen op Blauwe Logica

Dec 092017
 

De Hengelose politie toonde in een aantal opsporingsprogramma’s in oktober van dit jaar de verkeerde beelden van een verdachte van een woninginbraak.

Zij verwoestten daarmee voorlopig het alledaagse leven van de onschuldige Sami Ellouzi uit Hengelo. Pas afgelopen dinsdag, 5 december, bracht de politie hem een bloemetje en boden zij Sami hun excuses aan op een kaartje. Veel te laat. Het kwaad is volgens Sami allang geschied.

 

artikel is verschenen op Blauwe Logica

Link:

https://www.tubantia.nl/hengelo/sami-uit-hengelo-kwam-onterecht-op-tv-als-dief-leven-is-veranderd~a0004a83/

 

Oct 112017
 

De Nederlandse politie doet aan social media surveillance en werkt hierbij in ieder geval samen met de social media monitoring bedrijven Coosto, OBI4wan en HowAboutYou. Dit blijkt uit documenten die door Buro Jansen & Janssen via een beroep op de Wet Openbaarheid Bestuur Wob) zijn verkregen. Ook de Nationaal Coördinator Terrorisme en Veiligheid (NCTV) huurt de diensten van Coosto in voor surveillance-doeleinden.

Grootschalige surveillance op internet door inlichtingendiensten kreeg bekendheid door de onthullingen van Edward Snowden in 2013 over het ‘sleepnet’ van de Amerikaanse inlichtingendienst National Security Agency (NSA). De NSA verzamelt zoveel mogelijk informatie van social media. Het opsporen van mogelijke terroristen vormt de legitimatie voor deze praktijken. De effectiviteit van het ‘sleepnet’ is nooit bewezen. Social media surveillance vindt echter niet alleen plaats door inlichtingendiensten, maar ook door de politie.

Continue reading »

Aug 122015
 

Er zijn in tien jaar tijd maar liefst 277.726 ID-boetes uitgeschreven. Van alle boetes zijn er uiteindelijk 135.188 betaald hetgeen de overheid rond de 6 miljoen euro heeft opgeleverd.

In het najaar van 2007 publiceerde Buro Jansen & Janssen een informatiekrant over de toepassing van de Wet op de Uitgebreide Identificatieplicht (WUID) die 1 januari 2005 werd ingevoerd. In de publicatie kwamen uiteenlopende verhalen aan bod van burgers waaruit duidelijk werd dat de WUID op grove wijze door de politie wordt ingezet. Sommige dagbladen kopten naar aanleiding van de J&J-krant dat de overheid miljoenen binnensleept aan opgelegde boetes vanwege het niet dragen/tonen van de ID-kaart. Zo zou op basis van de cijfers over 2005 de overheid 1,3 miljoen euro hebben verdiend aan ID-boetes.

Door de discussie over de hoeveelheid geld en de bonnenquota, sneeuwde de uitvoering van de WUID zelf onder. Die uitvoering was en is nu juist in tegenspraak met waarvoor de wet oorspronkelijk bedoeld was, namelijk de identiteit van iemand vaststellen die een overtreding heeft gemaakt en niet om extra boetes uit te delen vanwege het niet dragen/tonen van de ID-kaart. We zijn inmiddels tien jaar verder en Jansen & Janssen heeft opnieuw cijfers opgevraagd en kan de balans worden opgemaakt over het gebruik van de legitimatieplicht door de overheid.

Er zijn in tien jaar tijd, van 1 januari 2005 tot en met 31 december 2014 om precies te zijn, maar liefst 277.726 ID-boetes uitgeschreven. Het betrof hier 68.431 dubbele boetes (37 procent, ID + overtreding) en 169.808 enkelvoudige boetes n.a.v. identiteitscontroles (63 procent). Van alle boetes zijn er uiteindelijk 135.188 betaald hetgeen de overheid rond de 6 miljoen euro heeft opgeleverd (uitgaande van overwegend meerderjarige boetes van 50 euro), terwijl er 10.966 ID-boetes werden ingetrokken. Hoeveel mensen er geprocedeerd hebben tegen kun bekeuring is niet duidelijk, ook niet of de rechter in een meerderheid van de gevallen de burger steunde dan wel de overheid.

Dubbele boete

Uit de cijfers blijkt dat er sprake is van twee soorten ID-boetes. Ten eerste de dubbele boete. Je rijdt door rood licht, bent aan het wildplassen, je bevindt je in ‘kennelijke staat van dronkenschap op de openbare weg’, of je rijdt zonder voor of achterlicht. Dit zijn voorbeelden van ‘feitcodes’ die onderdeel uitmaken van de top-10 overtredingen in combinatie met een ID-boete. Voor dergelijke overtredingen wordt je op de bon geslingerd maar je bent niet in staat om jezelf daarbij te identificeren waarna je een tweede boete krijgt opgelegd, kassa voor de overheid.

Een dubbele boete dus maar vaak onterecht, want zowel de wetgever als het College van procureurs-generaal [landelijke leiding van Openbaar Ministerie, red.] hebben aangegeven dat burgers zich op andere wijze mogen legitimeren (andere pasjes bijvoorbeeld) of een identificatiebewijs langs kunnen laten brengen op het politiebureau. Bij de dubbele boetes is onduidelijk of de politiefunctionaris de overtreder ook die mogelijkheid heeft geboden. Het aantal dubbele boetes komt in tien jaar tijd neer op ongeveer 37 procent van het totale aantal ID-boetes.

Als iemand alleen voor openbare dronkenschap wordt geboekt registreert het Centraal Justitieel Incassobureau (CJIB), uitvoeringsorganisatie van het ministerie van Veiligheid en Justitie, niet of die persoon al dan niet zijn identiteitsbewijs heeft laten zien. Er is namelijk sprake van één proces-verbaal, dronkenschap, en niet voor een boete voor het zich niet kunnen legitimeren.

In 2012 werden er bijvoorbeeld 12.049 boetes uitgeschreven voor het met ‘aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich hebben op een weg’, waarbij 313 burgers ook nog eens een tweede boete opgelegd kregen voor het niet tonen van een ID-bewijs. In die andere 11.736 gevallen is onduidelijk of naar een ID-bewijs is gevraagd, of die ook is getoond en of iemand zich op een andere manier heeft gelegitimeerd. Een enkelvoudige boete dus voor een overtreding, ID lijkt bijzaak, de burger wordt niet dubbel gestraft.

Rechtsongelijkheid

Of er sprake is van rechtsongelijkheid is op basis van de cijfers van het CJIB niet vast te stellen. Er is ook sprake van enkelvoudige ID-boetes die niet duiden op een strafbaar feit, maar slechts op een identiteitscontrole. Je loopt op straat en je wordt staande gehouden door een agent die naar jouw ID-bewijs vraagt. Als je deze niet kunt of wilt tonen, krijg je een bekeuring.

In 2007 kwam Buro Jansen & Janssen tot de conclusie dat ruim 40.000 WUID-boetes enkelvoudige boetes waren die duiden op een identiteitscontrole. In 2009 meldt J&J op basis van de door de overheid uitgevoerde evaluatie van de WUID: ‘Volgens de onderzoekers van Significant klopt dat cijfer (van Jansen & Janssen 40.000) niet en zijn het maar 20.000 boetes. Zij komen tot die conclusie door te wijzen op het ‘veld voor ‘opmerkingen van de verbalisant” van het proces-verbaal.’ In plaats van ongeveer 40 procent identiteitscontroles zou het gaan om 20 procent, nog steeds een fors aantal.

Bij de vaststelling van die 20 procent beweren de onderzoekers van de overheid dat zij 500 ID processen-verbaal hebben doorgekeken om te constateren wat agenten als opmerking hadden genoteerd bij het uitdelen van een ID-boete. Of dit een wetenschappelijke steekproef was, hoe deze steekproef tot stand is gekomen, wat de bedoeling was van de steekproef; de minister maakte dit niet duidelijk.

J&J heeft vervolgens de totale selectie van processen-verbaal 447e Sr (feitcode D517) van 2005 tot en met 2007 opgevraagd. Het gaat om 138.719 processen-verbaal aan de hand duidelijk wordt dat opmerkingen niet eenduidig zijn. Een van de eersten is een persoon in een auto die geen geldig legitimatiebewijs in bezit had, maar het proces-verbaal geeft aan dat op het brondocument geen verklaring is vermeld. Iemand anders geeft aan wél een bankpas bij zich te hebben, maar geen ID-bewijs. Weer een ander zegt dat hij liever niet met zijn paspoort op zak wenst rond te lopen; waarom hij is aangehouden is onduidelijk. Diverse processen-verbaal bevatten geen verklaring.

Wie de lijst doorneemt, komt tot de conclusie dat het allemaal nogal willekeurig overkomt, rechtsongelijkheid dus. J&J in 2009: ‘Buro Jansen & Janssen was nog voorzichtig in haar conclusies in 2007. Recente registratie van het CJIB die door het bureau is opgevraagd met betrekking tot de enkele bekeuringen laten een stabiel beeld zien van identiteitscontroles in Nederland van rond de 65 procent (64,2 procent in 2005, 61,2 procent in 2006, 65 procent in 2007 en 66,6 procent in 2008). Controles waarbij alleen om een identiteitsbewijs is gevraagd en geen andere overtreding of strafbaar feit is gepleegd.’

Stijging aantal sepots

De constante lijn van inzet van de WUID-maatregel door de politie is ook aan de hand van de cijfers over tien jaar te zien. Het aantal door politie uitgevoerde identiteitscontroles komt neer op 169.808 (63 procent van het totaal van 277.726 uitgeschreven ID-boetes). Het betreft staande aanhoudingen zonder duidelijke wettelijke grondslag. Opvallend is dat het aantal sepots, boetes die naderhand door de overheid worden ingetrokken, de laatste jaren weer toeneemt: in 2014 vonden er 2.844 sepots plaats, terwijl het aantal na 2006 juist aan het dalen was.

Een ander opvallend verschijnsel is dat over het algemeen maar de helft van de ID-boetes wordt betaald. In ongeveer 50 procent van de gevallen laten mensen hun zaak voorkomen bij een onafhankelijke rechter, worden boetes vernietigd of kan of wil iemand niet betalen. Dit constateerde Buro Jansen & Janssen ook in 2009 nadat in een evaluatierapport van het ministerie van Veiligheid en Justitie werd geconcludeerd dat er geen verzet was tegen de WUID-wet, maar dat wel veel meer burgers dan bij andere wetgeving ervoor naar de rechter stapten.

De evaluatie van het ministerie werd uitgevoerd door een commercieel bureau, Significant, die daarvoor uitsluitend politieagenten had geïnterviewd. De functionarissen waren allen blij met de nieuwe bevoegdheid. Toenmalig minister Hirsch Ballin, tevens hoogleraar Rechten van de Mens aan de UvA sinds 2011, concludeerde op basis van de evaluatie dat er niets aan de hand was met de WUID. De wet werd goed toegepast en het verschijnsel van dubbele boetes en identiteitscontroles bestonden eigenlijk niet, al ondervonden de onderzoekers wel de nodige problemen om de cijfers op een rijtje te houden.

J&J: ‘In de evaluatie wordt op verschillende plekken geprobeerd de situatie van de enkele boetes uit te leggen door het aantal dubbele boetes te berekenen. De eerste keer komt het aantal Trias-boetes (wildplassen) en Mulder-boetes (geen licht op je fiets) op 40 procent. Iets verder op pg.13 is dat aantal gestegen naar 61 procent. Op pg.81 is het aantal plotseling 36 procent van alle WUID-boetes en een pagina later weer 40 procent.’

Ook rond die analyse waren cijfers van het CJIB opgevraagd en luidde de conclusie: ‘De cijfers die Buro Jansen & Janssen op grond van de WOB bij het CJIB heeft opgevraagd over 2005 tot en met 2008 laten een lichte daling zien van 35,8 procent in 2005 naar 33,4 procent in 2008. Er is volgens het CJIB geen sprake van andere dubbele boetes. De kolom ‘geen combinatie gevonden’ is erg helder en gedurende de afgelopen vier jaar licht gestegen.’

Stabilisatie ID-boetes

Na tien jaar lijkt het uitschrijven van ID-boetes gestabiliseerd rond de 20.000. Dit aantal werd al bereikt in 2008 en zet zich tot en met 2014 voort. Of de grote hoeveelheid identiteitscontroles (rond de 60 procent van het totaal, 169.808 in tien jaar tijd) ook een constant beeld laten zien van het discriminatoir optreden van de politie is niet duidelijk. Wel is de kans aanwezig dat machtsmisbruik van politiefunctionarissen gepaard gaat met discriminatoir optreden.

‘In de evaluatie uit 2009 wordt geconcludeerd dat op basis van de steekproef uit het bedrijfsprocessensystemen (BPS) van de politie dat ‘iets minder dan de helft van de zaken betrekking heeft op personen met een niet-Nederlandse achtergrond.’ Iets minder dan de helft, heeft volgens de onderzoekers te maken met de ‘normale’ ‘mate waarin deze groepen voorkomen in de registratie van de politie’, analyseerde Jansen & Janssen in 2009.

Eigenlijk is er in de laatste jaren niets veranderd, al roepen recente vragen over de kwaliteit van het politiewerk, over etnisch profileren en andere elementen van het discriminatoir optreden van de politie twijfels op over omvang en aard van identiteitscontroles via de Wet op de Uitgebreide Identificatieplicht. In 2009 wees Jansen & Janssen naar hangjongeren, zowel blanke Nederlanders als bijvoorbeeld Marokkaanse Nederlanders die niet in overtreding zijn, maar wel regelmatig om hun identiteitsbewijs worden gevraagd en ook op de bon worden geslingerd.

Volgens de overheid heeft dit allemaal te maken met civielrechtelijk optreden tegen overlast en openbare orde verstoringen. In hoeverre de WUID eigenlijk discriminatoir optreden van diezelfde overheid faciliteert, is en wordt niet onderzocht. Bij alles moet worden aangetekend dat cijfers van de overheid in het algemeen niet heel nauwkeurig zijn, dus moet er rekening worden gehouden met allerlei marges. Tevens worden de cijfers niet automatisch door de overheid openbaar gemaakt en moeten burgers daarom vragen.

Buro Jansen & Janssen, augustus 2015

 

Wob stukken en overzichten

Identificatieplicht vooral ingezet als controlemiddel

de volledige observant 67 waar dit artikel uit kom kun u hier vinden

Jun 282015
 

Haagse agenten hebben gisteren (zaterdag 27 juni 2015) na het ‘Night at the Park’ festival in het Zuiderpark de 42 jarige Arubaan Mitch Henriquez doodgeslagen. In een verklaring stelt het Openbaar Ministerie (OM) dat Henriquez onderweg naar het politiebureau onwel werd, echter blijkt uit camerabeelden dat hij al buiten bewustzijn of in coma was voordat hij de politiebus in werd gesleurd zonder medische hulp te krijgen.

Getuigen zeggen dat Henriquez na het festival grapjes aan het maken was met vrienden, toen een groep agenten bovenop hen dook. Henriquez belandde in een coma, en overleed vandaag in het ziekenhuis. Volgens omstanders en zijn familie hebben agenten veel geweld gebruikt bij zijn arrestatie.

Volgens het ‘officiële’ bericht van het OM zou Henriquez geroepen hebben dat hij een wapen had, en zou hij zich hebben verzet tegen zijn aanhouding, waarop er geweld tegen hem werd gebruikt. Pas onderweg naar het politiebureau zou Henriquez onwel zijn geworden. Ooggetuigen en een zojuist verschenen filmpje vertellen echter een heel ander verhaal. Henriquez zou grapjes aan het maken zijn met vrienden, waarop hij werd gewaarschuwd door de politie en doorliep. Ook zijn zus Lila zegt dat hij misschien wat luidruchtig was maar het niet tegen de politie had maar tegen zijn vrienden.

Mitch Henriquez is duidelijk al buiten bewustzijn of in coma voor dat hij de politiebus wordt in gesleept.

Vlak daarna werden hij en zijn vrienden belaagd door de politie, waarbij er 4 agenten op zijn nek sprongen. Op filmpjes is duidelijk te zien dat Mitch Henriquez schijnbaar levenloos en geboeid in het gras ligt terwijl er agenten op hem zitten. Dit strookt duidelijk niet met het verhaal van het OM, die stellen dat Henriquez pas in het politiebusje onwel is geworden.

De doktoren op de intensive care hebben tegen de familie gezegd dat de dood van Henriquez duidelijk geen natuurlijke oorzaak had. Zijn zus Lila zegt in een interview: “zijn hoofd was helemaal opgezwollen, de meeste klappen heeft hij op zijn hoofd gehad. Hoe kan het dat iemand in de boeien geslagen wordt, in de de auto wordt gegooid en vervolgens bont en blauw en zonder te ademen aankomt?” vraagt de zus van Henriquez zich af.

De Haagse politie eenheid is al jaren in opspraak vanwege (racistisch) politiegeweld. Zo werd op 24 november 2012 de 17 jarige Rishi Chandrikasing doodgeschoten op station Hollands Spoor terwijl hij wegrende voor de politie. Ook is racistisch politiegeweld een dagelijkse realiteit in de Haagse wijken Schilderswijk en Transvaal. In deze wijken kent iedereen wel iemand die slachtoffer is geweest van politiegeweld of is zelf slachtoffer geweest. Slachtoffers verklaarden eerder in de lokale media: “Ik word vaak om mijn legitimatie gevraagd, gewoon uit het niets. Als ik vraag waarom word ik meegenomen en word ik in de politieauto in elkaar geslagen en mishandeld. Op het bureau gaat het verder. Ze stopten mij in de cel en met de handboeien nog om hebben zij me in mijn ribben geslagen. Daarna hebben ze mij met de brandslang nat gespoten en mij heel de nacht in de cel laten zitten terwijl ik helemaal doorweekt was.” Ook ex-agenten spreken van een cultuur van geweld en racisme binnen de politie-eenheid. Het zijn slecht enkele voorbeelden van de racistische en gewelddadige cultuur die er heerst bij de politie in Den Haag, die tot zo ver altijd is gedekt door korpsleiding en burgemeester van Den Haag Jozias van Aartsen.

28 juni 2015
afadenhaag.wordpress.com/2015/06/28/arubaanse-man-doodgeslagen-door-haagse-politie/

Find this story at 28 June 2015

Jun 182015
 

de Groene Amsterdammer Hassan Bahara 17-06-2015 ‘Er sluipt een gif onze organisatie binnen. Het gif van uitsluiting’, schreef korpschef van de nationale politie Gerard Bouman afgelopen februari in een uitgelekte interne blog. Racistische kleinering van collega’s, etnische profilering van islamitische burgers – politieagenten maken zich er volgens Bouman steeds vaker schuldig aan.

Paul Mutsaers van de Tilburg University deed zes jaar onderzoek bij de politie in Amsterdam, Bergen op Zoom en Tilburg. In zijn vorige week verschenen werk concludeert ook hij dat discriminatie binnen en door de politie een groot probleem is. Gek genoeg reageerde Bouman allesbehalve instemmend op het onderzoek. Van ‘stelselmatig etnisch profileren of discrimineren binnen en door de politie’ is geen sprake, stelt hij in een persbericht. ‘Diverse wetenschappelijke onderzoeken onderbouwen die conclusie.’ Navraag leert dat Bouman drie onderzoeken bedoelt. Twee daarvan, Etnisch profileren in Den Haag? (2014) en Contrasterende beelden (2014), oordelen inderdaad genuanceerd over de politie. Alleen: deze twee onderzoeken beperken zich tot het Haagse politiekorps. Het derde onderzoek, Proactief handhaven en gelijk behandelen (2012), oordeelt eveneens mild over de politie, maar ook dit onderzoek is van bescheidener schaal.

Je zou denken: Bouman en Mutsaers, die hebben elkaar gevonden. Waarom probeert Bouman dan het werk van Mutsaers te ondermijnen met kleinere onderzoeken? Omdat de politie nooit publiekelijk aantijgingen van discriminatie erkent. In een interne blog klagen over het gif discriminatie dat het politiewerk verziekt? Dat is mogelijk. Maar concludeert bijvoorbeeld Amnesty International (2013) dat de politie etnisch profileert, dan noemt de nationale politie dat een ‘aanname’ die ‘ongegrond en onjuist’ is. De rijen moeten gesloten blijven, zelfs wanneer er kritiek geleverd wordt die intern wordt gedeeld.

Lees het commentaar op de Groene Amsterdammer

Jun 182015
 

Nederlandse Politiebond 17-06-2015 De invoering van de Nationale Politie heeft geleid tot een fikse verslechtering van de dienstverlening aan de burgers. Dat is na 2,5 jaar reorganiseren de conclusie van driekwart van de politiemedewerkers (77 procent). Negentig procent verwacht dat deze achteruitgang zal doorzetten als het reorganisatieproces niet ingrijpend wordt aangepast. Dat blijkt uit de digitale NPB-enquête Halverwege de Nationale Politie waaraan 2.022 collega’s deelnamen. De uitkomsten zijn op woensdagavond 17 juni gepresenteerd in het tv-programma Nieuwsuur. In het extra dikke zomernummer van het bondsblad (zaterdag 27 juni bij de leden) meer uitkomsten en verhalen van collega’s.

Sinds 1 januari 2013 is de Nederlandse politie bezig zichzelf te veranderen van een regionaal naar een landelijk georganiseerd korps. Het was de bedoeling dat ‘de winkel’ tijdens deze ingrijpende verbouwing – die minstens tot 2018 gaat duren – ‘gewoon’ open zou blijven. Hoe is het de NPB-leden tot nu toe vergaan? Zijn ze inderdaad ‘gewoon’ hun werk blijven doen?

Negatieve invloed

Volgens 81 procent van de deelnemers aan de NPB-enquête heeft het reorganisatieproces de afgelopen jaren een negatieve invloed gehad op hun functioneren als politiemedewerker.

‘Ik zie in mijn omgeving dat alle expertise binnen onze organisatie ontmanteld wordt. Mensen moeten breed worden ingezet om ‘gaten’ te dichten. Sinds het begin van de reorganisatie heb ik het idee dat de werkprocessen in de stroop gevallen zijn. Alles beweegt trager dan ooit. Niemand weet wie waar verantwoordelijk voor is en dus neemt ook niemand ergens een beslissing over. Dat heeft effect op het functioneren van mijn teamleden, het ziekteverzuim is hoog en uiteraard heeft dat ook zijn weerslag op de wijze waarop ik mijn werk kan doen.’

‘De onzekerheid over de toekomstige werkplek en de extra reistijd die in het verschiet ligt werken eraan mee dat de spanningen op het werk en thuis toenemen. Vrouw en kinderen dringen er regelmatig op aan dat ik iets anders ga zoeken. Dit geeft weer extra spanning, want ik heb daarvoor geen gunstige leeftijd.’

Prestatiedruk

Ruim driekwart van deze respondenten meldt dat de prestatiedruk is toegenomen (78 procent), net als de tijd die men kwijt is aan administratieve klussen (77 procent).

‘Toegenomen verantwoordingscultuur door middel van landelijke rapportages, formats etcetera. Juist meer wantrouwen in plaats van vertrouwen en meer controle in plaats van professionele ruimte.’

Minder ondersteuning

De toegenomen administratieve belasting wordt deels toegeschreven aan het moeten werken met ‘sterk verouderde computersystemen’, maar ook aan het wegbezuinigen van (te veel) ondersteunende collega’s. Meer dan vier vijfde (83 procent) klaagt over de afgenomen beschikbaarheid van persoonlijke ondersteuning. Ook de materiële ondersteuning (uitrusting en hulpmiddelen) is achteruit gekacheld, meldt twee derde.

‘Er zijn mensen weggevallen bij de ondersteuning en dat werk mag de diender (die op straat hoort te zijn) nu zelf gaan uitzoeken en verwerken. Verder lijkt de bureaucratie alleen maar erger te worden. Zeker met alle nieuwe regels rondom ZSM, wat veel meer bureaucratie met zich meebrengt. Laat staan de administratie in BOSZ met betrekking tot de coördinatie van zaken, daar hebben zowel de diender als de coördinatoren veel werk aan. Het moet er allemaal eenvoudiger op worden, maar het tegendeel is waar.’

Bezettingsproblemen

Twee derde van de respondenten meldt sinds de komst van de Nationale Politie (nog) vaker voor ander werk te worden ingezet om bezettingsproblemen op te lossen (64 procent). Een ontwikkeling die ongetwijfeld bijdraagt aan de vermindering van de collegiale vertrouwdheid op de werkvloer die 71 procent van de ondervraagden met pijn in het hart signaleren.

‘Als wijkagent ben je niet of nauwelijks meer actief in je eigen wijk. Je wordt ingezet voor het rijden van de noodhulpmeldingen en voor administratieve werkzaamheden die voorheen door ondersteunend personeel werd gedaan.’

‘We zijn noodsprongen aan het maken, alleen om de DHV-bus (Directe Hulpverlening) te laten rijden, bureaus open te houden, andere inzetverplichtingen (voetbal, RET) te kunnen garanderen. Er komen mensen in overwerk in de horecadiensten en het komt steeds vaker voor dat we geen mensen meer hebben. De loyaliteit brokkelt af, de veiligheid van de collega’s op straat komt ernstig in gevaar. Er is geen back up meer. Het is niet de vraag of het een keer fout gaat, maar wanneer.’

Verminderde motivatie

Al met al meldt een derde van de respondenten (35 procent) dat na 2,5 jaar reorganiseren hun motivatie voor het werken bij de politie behoorlijk is afgenomen.

—————————————————–

Kwaliteit dienstverlening

Desgevraagd verklaart 77 procent van de respondenten dat het reorganisatieproces geleid heeft tot een verslechterde dienstverlening aan de burgers. Denk daarbij aan beschikbaarheid, snelheid van optreden en zorgvuldigheid bij de afhandeling. De ene helft (38 procent) vindt de kwaliteit behoorlijk afgenomen; de andere helft (39 procent) noemt haar enigszins afgenomen.

Overhaast gestart

Volgens ruim de helft van de ondervraagden (53 procent) was het kwaliteitsverlies te voorkomen geweest door een betere voorbereiding van het reorganisatieproces. Twee vijfde wijt de ontwikkeling aan de keuze voor een te hoog reorganisatietempo (43 procent) en aan het tekortschieten van de landelijke regie door de korpsleiding op de uitvoering van de reorganisatieplannen (45 procent).

‘Ben werkzaam op het financiële vlak. De manier waarop omgeschakeld wordt op allerlei andere systemen zonder dat het behoorlijk is ingeregeld en getest is ronduit amateuristisch. Alsof we het eerste bedrijf in Nederland of Europa zijn dat alles gaat centraliseren. Werkt uitermate frustrerend.’

Op de hoogte gehouden?

Driekwart van de ondervraagden (74 procent) liet weten ontevreden te zijn over de manier waarop de korpsleiding het personeel de afgelopen jaren heeft geïnformeerd over het verloop van het reorganisatieproces. Velen vonden dat de geloofwaardigheid van de informatie te wensen overliet (77 procent). Met andere woorden: dat de korpsleiding de zaken te mooi voorstelde. Ook had menig collega moeite met de begrijpelijkheid van de informatie; de helft van de respondenten vond de teksten niet erg duidelijk.

‘De wijze van informeren en de inhoud van de informatie is weinig concreet en informatief. Het lijkt meer op informeren om het informeren, zodat achteraf niet gezegd kan worden dat er niet geïnformeerd is.’

‘Veel hosanna- en hallelujawerk. Alles wordt met een positief sausje overgoten. Terwijl het personeel terugloopt en de organisatie zeker niet vloeiend meer werkt.’

Volgens de huidige planning moet de Nationale Politie over 2,5 jaar (eind 2017) volledig operationeel zijn. Het landelijke korps moet dan zijn omgebouwd tot een efficiënter werkende politie-organisatie die voor hetzelfde geld meer (duidelijk te meten) prestaties levert. Maar liefst 87 procent van de ondervraagde collega’s verwacht dat dit doel niet op tijd gehaald wordt, tenzij de aanpak van de reorganisatie ingrijpend wordt veranderd. En dat is slechts mogelijk als de politiek een aantal cruciale uitgangspunten loslaat.

Politieke fixaties

Om te beginnen het uitgangspunt dat de reorganisatie moet leiden tot een forse bezuiniging op het politiebudget. Volgens 82 procent van de respondenten is dat een belangrijke oorzaak van de problemen bij de Nationale Politie. Zij heeft geleid tot een fixatie op de mogelijke kostenbesparingen door grootschalig organiseren, tot het stellen van een maximum aan de hoeveelheid medewerkers en tot het hardnekkige streven van de werkgever naar meer mogelijkheden om het personeel zo flexibel mogelijk in te zetten.

Zorgen deze politieke fixaties op zich al voor genoeg problemen, tijdens het reorganisatieproces is Den Haag bovendien doorgegaan met het korps jaarlijks nieuwe taken en prioriteiten op te leggen. Dat heeft volgens zestig procent van de ondervraagde collega’s de kwaliteit van het politiewerk alleen nog maar verder onder druk gezet.

ICT-vernieuwing

Een van de cruciale onderdelen van het reorganisatieproces is een volledige vernieuwing van de ICT-voorzieningen bij de politie. Van de deelnemers aan de NPB-enquête heeft 85 procent geen idee hoe het na 2,5 jaar met deze operatie staat. Zij wijten dat aan gebrekkige informatie door de werkgever. Volgens 92 procent van de ondervraagden heeft die ook niet of nauwelijks moeite gedaan om te inventariseren aan welke ICT-voorzieningen men op de werkvloer behoefte heeft.

Al met al bestaat er weinig vertrouwen in de uitkomst van de mega-operatie: een derde van de medewerkers (35 procent) verwacht geen enkele tijdwinst. Nog eens een kwart (28 procent) verwacht zelfs dat het werken met nieuwe ICT-voorzieningen ze meer werktijd gaat kosten.

Volgens de werkgever zal het uitrusten van politiemedewerkers met smartphones leiden tot meer blauw op straat. Tweederde van de respondenten (68 procent) is het daar niet mee eens. De meesten zien het apparaat als een welkome mogelijkheid om informatie te raadplegen, maar het ‘inkloppen’ van een proces-verbaal op een smartphone, in de buitenlucht? ‘Veel te klein en onhandig; geen vertrouwen in de kwaliteit.’ (…) ‘Heel veel zaken zijn niet op straat op te nemen of duren veel te lang.’ (…) ‘Op straat werken betekent ogen en oren open houden. Dit gaat niet als je voortdurend op je smartphone bezig bent!’

Sluiting politiebureaus

De komende tien jaar zullen steeds meer politiebureaus worden gesloten, volgens de planning de helft van de huidige vierhonderd. Dat zal volgens de werkgever geen gevolgen hebben voor de kwaliteit van de politiezorg. Negentig procent van de ondervraagde collega’s denkt daar anders over: door de sluiting van de bureaus zal het contact met de burgers afnemen (91 procent), net als de zichtbaarheid in de wijken (80 procent), het toezicht (75 procent), de gemiddelde aanrijtijd (63 procent) en de hoeveelheid blauw op straat (62 procent)

Politiemedewerkers verwachten dat deze effecten op hun beurt verregaande gevolgen kunnen hebben, zoals minder dienstverlening aan burgers (86 procent) en een lager veiligheidsgevoel in de wijken (84 procent). Ook wordt een toename van de criminaliteit verwacht (58 procent) en een afname van het aantal aangiften (72 procent).

‘Als ondersteuner in de uitvoering (forensische opsporing) heeft de grootte van het gebied sterk invloed op de werkzaamheden. Zeer lange aanrijtijden, waardoor collega’s lange tijd de plaats delict moeten bewaken. De kwaliteit van sporen wordt hierdoor minder (invloed regen, zon) Door lange aanrijtijden kunnen er minder zaken worden gedaan en worden er meer FO-zaken op capaciteit en/of rendement afgezegd. Hogere werkdruk, piketdruk. Ziekteverzuim op de afdeling is sterk toegenomen.’

‘Door de reorganisatie zijn mijn aanrijtijden toegenomen, waardoor ik vaak het gevoel heb dat ik het verschil niet meer kan maken. Daar komt bij dat ik ook in andere gebieden moet werken, waar ik de collega’s, het gebied en de clientèle niet ken. Ook dat heeft mijn effectiviteit als dienstverlener doen afnemen.’

‘Politiewerk op zich is het mooiste wat er is, maar de reorganisatie levert zoveel onrust op dat de lust om te gaan werken je bijna vergaat. Sluiting van bureaus in landelijke gebieden, wat helemaal niet functioneel is, waardoor aanrijtijden buiten proporties komen. In vorige reorganisatie ook al meegemaakt. Bureaus na twee jaar weer open omdat bleek dat het niet werkte. Nieuwe managers zijn horende doof voor dit soort argumenten en voeren klakkeloos uit wat de korpsleiding voorschrijft om de bezuiniging maar te halen.’

Kwaliteit politiezorg

De laatste vraag in het enquêteformulier was: ‘Stel dat het huidige reorganisatieproces ongewijzigd wordt voortgezet. Hoe zal dat volgens u uitpakken voor de kwaliteit van de politiezorg? Denk daarbij aan beschikbaarheid, snelheid van optreden en zorgvuldigheid bij de afhandeling.’

Maar liefst 87 procent van de ondervraagde collega’s verwacht dat de kwaliteit van de politiezorg de komende jaren nog verder zal afnemen als het huidige reorganisatieproces niet ingrijpend wordt aangepast. Vooral het contact met de burger (91 procent) zal dan nog verder verslechteren. Ook wordt gevreesd voor nog minder tijd en aandacht voor de aanpak van lokale veiligheidsproblemen (66 procent) en voor nog minder tijd en aandacht voor het meer preventieve deel van het politiewerk (64 procent), waaronder het surveilleren (59 procent).

Kan deze ontwikkeling nog worden voorkomen? Kan de invoering van de Nationale Politie nog een succes worden? Volgens de 2.022 deelnemers aan de NPB-enquête zijn daarvoor drie dingen noodzakelijk.

Ten eerste moet de politiek dan afstappen van het idee dat de invoering van de Nationale Politie moet leiden tot een forse bezuiniging op het politiebudget (83 procent).
Ten tweede moet de politiek dan besluiten voor de invoering meer tijd uit te trekken (45 procent).
Ten derde moet de politiek besluiten de belangen van het personeel zwaarder te laten meewegen bij het plannen en uitvoeren van de reorganisatie – aldus negentig procent van de ondervraagde collega’s. In hun ogen zal de Nationale Politie alleen ‘lukken’ als de werkgever zich serieus bekommert om de motivatie en het werkplezier van zijn personeel.
‘Je ziet dat het politiewerk op dit moment niet op de eerste plaats staat. Iedereen is bezig met zichzelf in positie te brengen in de nieuwe organisatie en velen zullen teleurgesteld worden, waardoor de motivatie in het politiewerk veel minder gaat worden. De leiding weet dat deze organisatie gedraaid wordt op onze goodwill, dus ook op de mijne.’

Dit verhaal komt van www.politiebond.nl

Onderzoek staat hier

Jun 162015
 

De actievoerders die vorig jaar in Petten werden opgepakt bij een protest tegen kernenergie, hadden niet gearresteerd mogen worden. Volgens de rechter in Alkmaar was er geen dreiging of verstoring van de openbare orde.

Op 25 maart 2014 arriveerden ruim dertig actievoerders met een bus bij de kernreactor in Petten. Ze waren van plan de twee toegangswegen naar het nucleaire bedrijf te blokkeren om zodoende te verhinderen dat delegatieleden die gedurende die periode deelnamen aan de Nuclear Industry Summit, een evenement voor de internationale nucleaire sector, de kernreactor zouden bezichtigen. De AIVD was op de hoogte geraakt van de blokkade, waarna de burgemeester een noodbevel had afkondigd.

Van een blokkade kwam het die ochtend niet, de politie was in groten getale aanwezig. De actievoerders werden gesommeerd zich te verwijderen, maar die gaven daar geen gehoor aan. Men ging, met de armen ingehaakt, demonstratief op de grond zitten. ME’ers trokken de actievoerders een voor een los, waarna ze naar de gereed staande ME-busjes werden gesleept. Met een bus werden uiteindelijk 28 arrestanten naar het politiebureau in Hoofddorp vervoerd.

Dertien van de aangehouden actievoerders, die na hun vervolging hebben geweigerd een boete te betalen, zijn vandaag vrijgesproken. Volgens de rechtbank in Alkmaar mochten ze gewoon demonstreren, ondanks een noodbevel van de burgemeester. Het was volgens de rechter niet nodig om de betogers het grondrecht om te demonstreren te ontzeggen in de omgeving van de toegangspoort van de kernreactor. Er waren immers genoeg politiemensen op de been om escalatie te voorkomen.

15/06/2015

Verhaal is afkomstig van ravage-digitaal 15 juni 2015

Voor achtergrond van het noodbevel, AIVD ambtsbericht en de NSS zie Jansen & Janssen

Jun 152015
 

Van RTV Rijnmond 2 juni 2015: De eigenaar van eetcafé de Gastronoom op busstation Zuidplein in Rotterdam is woedend. “Eind mei viel de politie met veel machtsvertoon mijn zaak binnen om preventief te fouilleren. Zelfs een 80-jarige vrouw werd binnenstebuiten gekeerd.”

Eigenaar Raza Achlak van de Gastronoom laat de camerabeelden zien die hij die avond – donderdag 21 mei, even na acht uur – heeft gemaakt. Te zien is hoe agenten met kogelwerende vesten en hun hand op het dienstwapen de zaak binnenkomen.

“Iedereen – gasten en personeel – moest zijn handen op tafel leggen of in de lucht houden. Daarna werd iedereen buiten gefouilleerd. Het was zeer intimiderend”, vertelt Achlak.

Ook zijn er beelden van een oudere vrouw die binnen aan tafeltje zit te eten. Twee, drie agenten komen bij haar staan en ze mag niet meer aan haar spullen komen. “Deze vrouw is zeker 80 jaar en een vaste klant van ons”, zegt de cafébaas.

Verward
“Kijk nu eens, er komt een vrouwelijke agent bij staan. En terwijl ook de andere agent blijft staan, wordt de oude mevrouw helemaal gefouilleerd. Boven, beneden, zelfs tussen haar benen. Dit kan toch niet, terwijl ze midden in onze zaak staat. Alle papieren van de vrouw worden nagekeken. En dan mag ze eindelijk vertrekken. Duidelijk verward, kan ze eindelijk naar haar bus gaan.”

“Deze actie wekt haat richting autoriteiten. Onze klanten snapten er niets van”, aldus Achlak. “Die oude mevrouw had de moeder van burgemeester Aboutaleb kunnen zijn of mijn eigen moeder. Schandalig. En er is niets gevonden, helemaal niets gevonden in onze zaak. Ook niet bij onze gasten.”

Preventief
De politie eenheid Rotterdam, die de camerabeelden nog niet heeft gezien, laat in een reactie weten dat er die avond in vijf horecazaken preventief is gefouilleerd. Het ging om reguliere controles, die regelmatig plaatsvinden. Het gebied waar dit plaatsvond maakt deel uit van een veiligheidsrisicogebied. Er wordt niet bewust gekozen wie wel of niet wordt gefouilleerd. Dat gebeurt bij iedereen die in de zaak aanwezig is.

“Wij realiseren ons dat deze politieactie in de Gastronoom voor de gemiddelde toeschouwer of kijker indrukwekkend kan overkomen, maar wij doen deze acties niet zonder reden”, aldus de politie. “Na de actie heeft de wijkagent uitleg gegeven aan de eigenaar en is hij gewezen op het feit dat hij een klacht kan indienen tegen de in zijn ogen onterechte actie. Van deze mogelijkheid heeft hij geen gebruik gemaakt.”

02-06-2015 | 17:47

Lees dit verhaal en bekijk de clip van 2 juni 2015

Copyright © 2015 RTV Rijnmond

Jun 102015
 

Per 1 april 2015 heeft de burgemeester in Amsterdam Oost opnieuw een overlastgebied aangewezen. De politie heeft in overlastgebieden de mogelijkheid om personen de toegang tot het gebied te ontzeggen. Een ‘samenscholing’ of ‘om geld vragen’ zijn al voldoende reden om een persoon te verwijderen uit een gebied. Het gebied in Amsterdam Oost wat al van kracht was (een groot deel van de Dapperbuurt) werd uitgebreid met het gehele Oosterpark. Uit onderzoek van Wij verdienen beter blijkt dat deze aanwijzing onzorgvuldig heeft plaatsgevonden.

12 mei 2015 Wij verdienen beter (punt) nl

gehele verhaal is hier te lezen